Nederland is een rijk land. Onze welvaart financiert het collectieve welzijn van onze samenleving. Geld dat vloeit naar onderwijs, gezondheidszorg en sociaal stelsel biedt mensen ontplooiingskansen en vergroot de individuele keuzevrijheid.
De Jonge Democraten staan voor een duurzame economische groei, welvaart en welzijn, nu en in de toekomst. Ontwikkelingen volgen elkaar steeds sneller op en de overheid zal hier flexibel op in moeten spelen om onverwachte economische schokken op te vangen. De Jonge Democraten zien een toekomst waarin mensen sneller en vaker van baan veranderen. Het is een toekomst waar mensen een leven lang leren en een leven lang kansen voor zichzelf creëren. Een toekomst waar mensen langer doorwerken. Het is een toekomst waarin Europese landen elkaars groei stimuleren. 10 Nederland heeft in die toekomst een internationaal concurrentievoordeel doordat ze in staat is keuzes te maken, zich aan veranderingen kan aanpassen en op een selectief aantal gebieden kan excelleren.
11 Om die toekomst te kunnen garanderen moeten er vandaag duidelijke economische keuzes worden gemaakt en dient de huidige generatie verantwoordelijkheid te nemen voor de volgende. 12 De Jonge Democraten staan voor een economisch beleid dat kansen biedt om het individuele welzijn via welvaartscreatie te vergroten en zo min mogelijk belemmeringen opwerpt voor werknemers, werkgevers en burgers. 13 Welvaart wordt gegenereerd door sterk in te zetten op innovatie, onderwijs, ondernemerschap en arbeidsproductiviteit. 14 De welvaart wordt vervolgens op de belangrijkste punten verdeeld in de arbeidsmarkt, de woningmarkt en enkele publieke sectoren. 15 De rol die de overheid heeft in dit proces is die van marktmeester.

16 In een mondiale en concurrerende economie kan Nederland niet op ieder gebied excelleren. 17 Welvaart genereren betekent duidelijke keuzes maken. 18 Het economisch beleid dient een strategie te voeren die onze kennis, inspanning en geld bundelt in gebieden waarin we wereldwijd uit (kunnen) blinken. 19 Om – als open economie – internationaal te kunnen concurreren, zal extra aandacht gegeven moeten worden aan: innovatie, onderwijs, ondernemerschap en arbeidsproductiviteit.

20 De Jonge Democraten vinden dat we moeten voorkomen dat het comfort dat welvaart ons biedt ons lui maakt. 21 Door te blijven investeren in onderzoek en het stimuleren van productontwikkeling creëren we voor Nederland kansen op snelle groei, groei die noodzakelijk is voor (het behoud van) ons welvaartsniveau. 22 Sterker nog, cijfers wijzen uit dat innovatie leidt een significant hogere omzetgroei en een hogere werkgelegenheid. 23 Helaas is Nederland tot nog toe niet in staat geweest innovatie in groei om te zetten, Nederland zakt op het Europese Innovation Scoreboard.
24 Het fundament voor economische groei is in Nederland aanwezig: kennis. 25 Kennis is onze belangrijkste grondstof maar wordt te beperkt benut. 26 De Jonge Democraten pleiten voor meer kennisvalorisatie in de vorm van vertaling van ontwikkelde kennis in economische bedrijvigheid. 27 De capaciteit om kennis snel en effectief om te zetten in economische waarde wordt een steeds belangrijkere bron van competitief voordeel. 28 Om op de lange termijn concurrerend te blijven moet Nederland naast deze incrementele innovatie hoog inzetten op fundamenteel onderzoek in zowel de exacte als de sociale wetenschappen. 29 De spin-offs die dit onderzoek op zal leveren vormen het kenniskapitaal van de toekomst.
30 Kennisvalorisatie dient daarom een kerntaak te worden binnen het hoger onderwijs. 31 Een bewezen mechanisme is het samenbrengen van universiteiten en bedrijven in kennisparken. 32 Een voorbeeld hiervan is brainport Eindhoven, waar meer dan 50% van de Nederlandse patenten vandaag de dag vandaan komen. 33 De overheid dient daarom publiekprivate samenwerkingsverbanden en samenwerking tussen kennisinstituten en bedrijven te stimuleren. 34 De knowledge spillovers die hier plaatsvinden, creëren een positieve opwaartse spiraal, omdat bedrijven en onderwijsinstellingen van elkaar profiteren. 35 Het competitieve voordeel van dit soort samenwerkingsverbanden zal binnen sectors herkend worden, waardoor kennisdeling weer verder wordt gestimuleerd.
36 Ten tweede moet Nederland innovatie actief stimuleren. 37 Dit doet de overheid door een generiek technologiebeleid te voeren. 38 Het beleid wat betreft innovatie is voor de hele markt hetzelfde. 39 Op deze manier worden tegengestelde belangen en prikkels overbrugd. 40 Elk bedrijf, ongeacht de sector, krijgt extra belastingvoordelen over de investeringen in R&D. 41 Dit draagt sterk bij aan incrementele innovaties en dan vooral bij grote bedrijven. 42 Om radicale innovaties te bevorderen (die vaak vanuit het MKB komen) is het noodzakelijk om de innovatievouchers te herintroduceren. 43 Bij een radicale innovatie kan een bedrijf dan aan het benodigde kapitaal komen om de innovatie verder te ontwikkelen en op de markt te brengen.
44 De nadruk ligt op het woord investering. 45 Investeringen in Research and Development (R&D) bedragen in Nederland 0,8% van het BBP. 46 In landen die hoog staan op het Innovation Scoreboard wordt significant meer geïnvesteerd. 47 Om niet achterop te raken, maar juist te excelleren, moet Nederland minimaal 2% van het BBP investeren in R&D. 48 Innovatie moet niet gezien worden als een kostenpost waarop zomaar op korte termijn bezuinigd kan worden. 49 Innovatie levert op de lange termijn veel meer op en draagt daarmee sterk bij aan economische en sociale welvaart.
50 De overheid dient daarnaast zelf het goede voorbeeld te geven door innovatie een vaste overweging te maken bij overheidsaanbestedingen. 51 Dit kan door meerdere bedrijven te laten concurreren om opdrachten van de overheid. 52 De overheid kan hen hierbij ondersteunen door gefaseerde subsidies en zo het risico beperken. 53 Dit leidt tot innovatieve oplossingen waar samenleving, bedrijfsleven en de overheid zelf van profiteren.
54 Als laatste moet overheid opnieuw een Innovatieplatform opzetten. 55 Deze dient echter niet afhankelijk te zijn van kabinetsperioden. 56 Innovatie is immers de motor van onze economie. 57 Het is daarom nodig dat deze motor niet steeds opnieuw gestart moet worden. 58 De gevolgde koers dient vervolgens afgerekend te worden op indicatoren van kennisvalorisatie. 59 Dus niet zozeer op aantal patentaanvragen maar wel het aantal patenten dat vermarkt is. 60 Waarbij de focus ligt op opbrengsten van innovatie. 61 Een positieve innovatieprikkel geeft bedrijven de stimulans om zelf meer te investeren in innovatief onderzoek.

62 Ondernemerschap met MKB in het bijzonder, is een essentiële bouwsteen van de Nederlandse economie. 63 Ondernemers zijn de mensen die kennis omzetten in economisch potentieel, wat gepaard gaat met vallen en opstaan. 64 In een gunstig ondernemersklimaat dragen innovatieve ideeën van ondernemers bij aan economische groei.

65 Het starten van een onderneming is lastig zowel door regulerende als financiële beperkingen. 66 Om de markt zo optimaal mogelijk te laten werken, moeten toetredingsbarrières worden verminderd.
67 Financiële beperkingen kunnen voor startende ondernemers tijdelijk worden versoepeld om ze een vliegende start te geven. 68 Voor startende ondernemers moeten fiscaal gunstige regelingen bestaan, bijvoorbeeld dat zij een jaar uitstel krijgen voor het betalen van de eerste belastingen.

69 De Nederlandse economie wordt dynamischer: de arbeidsmarkt is aan grote veranderingen onderhevig en wordt steeds flexibeler. 70 De overheid dient de nodige ruimte te bieden aan bedrijven om wendbaar te blijven, maar dient tegelijkertijd ook te waken voor groepen die door deze ontwikkelingen buitenspel dreigen te raken. 71 In een flexibele arbeidsmarkt is het des te belangrijker dat deze groepen zo goed mogelijk worden opgevangen, en zo effectief mogelijk worden begeleid naar nieuw werk. 72 De Jonge Democraten zien graag een goed doorstromende en wendbare arbeidsmarkt waarin iedereen de kans heeft op een inkomen, in plaats van een arbeidsmarkt waarin een kleine groep complete vastigheid heeft, terwijl een grote groep mensen hierdoor aan de kant staat.

73 Werknemers krijgen steeds minder snel een vast contract aangeboden. 74 Een belangrijke oorzaak hiervan is het financiële risico voor de werkgever. 75 Toch zijn vaste contracten voor zowel werkgever als werknemer wenselijk. 76 Voor de werknemer is zekerheid van belang, terwijl de werkgever – zeker in het MKB – hecht aan een goede band met de werknemer. 77 Tevens heeft de (bedrijfs)specifieke werkervaring die de werknemer opbouwt een positief effect op de arbeidsproductiviteit, waardoor het vaste contract ook grote waarde voor de werkgever kan hebben.

78 Onder de huidige regelgeving moet de werkgever de werknemer twee jaar doorbetalen bij ziekte. 79 De Jonge Democraten vinden deze periode te lang. 80 Deze termijn levert een groot risico op voor kleine ondernemers en is daardoor dé reden dat werknemers steeds minder makkelijk een vast contract aangeboden krijgen. 81 Deze regeling is extra schadelijk voor kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt zoals bijvoorbeeld 50+’ers, omdat bij deze groep het risico op ziekte relatief hoog is. 82 De regeling doorbetaling bij ziekte is bedacht om werkgevers een prikkel te geven om hun werknemers gezond te houden en verzuim te voorkomen. 83 De regeling heeft op macroniveau het positieve effect dat er hierdoor minder ziekteverzuim plaatsvindt, wat goed is voor werkgevers én werknemers. 84 Daarom vinden de Jonge Democraten dat het volledig afschaffen van doorbetaling bij ziekte niet wenselijk is. 85 Toch is de periode van twee jaar buitenproportioneel lang, en blijkt de duur van de periode een hoge drempel voor werkgevers om mensen in vaste dienst te nemen. 86 Hierom pleiten de Jonge Democraten voor het verkorten van de termijn waarop loon moet worden doorbetaald bij ziekte naar 12 maanden.

87 De afgelopen jaren is er rond het ontslagrecht veel veranderd. 88 In de praktijk ziet men echter nog wel dat werkgevers vaak nog veel hinder ondervinden in het ontslagproces. 89 Ondanks die moeilijkheden zijn de Jonge Democraten van mening dat er ruimte en tijd moet worden gegeven aan deze veranderingen om hun impact te kunnen hebben. 90 Daarom is het belangrijk dat het ontslagrecht voorlopig zo veel mogelijk ongemoeid blijft. 91 De Jonge Democraten zijn van mening dat de opbouw van de transitievergoedingen gelijkmatig moet plaatsvinden; elk jaar wordt eenzelfde bedrag opgebouwd.

92 Anciënniteit staat voor het aantal dienstjaren en de daaraan verbonden voordelen van de werknemer. 93 In de regel komt het erop neer dat naarmate een werknemer langer in dienst is, het loon mee stijgt. 94 Doordat mensen die langer in dienst zijn, productiever worden zit er een economische logica achter dit mechanisme. 95 Om die reden wordt de loonstijging in veel CAO’s verbonden aan het aantal dienstjaren. 96 Het is echter vreemd dat het loon – tot aan het pensioen – continu blijft toenemen, terwijl eenzelfde stijging niet voor de arbeidsproductiviteit geldt. 97 Daarom zijn de Jonge Democraten van mening dat werknemers niet enkel op basis van anciënniteit, maar met name op basis van productiviteit beloond moeten worden.

98 Het flexibele contract in zijn huidige vorm heeft als negatief effect dat veel flexwerkers na 2 jaar worden vervangen door een andere flexwerker, terwijl een voortzetting van het contract zowel voor de werknemer als werkgever te verkiezen was geweest. 99 Deze banencarrousel die een bepaalde groep flexwerkers nu moet ondergaan moet een halt worden toegeroepen. 100 Hiertoe willen de Jonge Democraten de tijdelijke contracten van aard veranderen, waardoor een lang flexibel verband mogelijk is dat ook meer zekerheid voor de werknemer zal bieden. 101 De Jonge Democraten willen dat tijdelijke contracten een oplopende minimale contractduur gaan krijgen. 102 Voor contracten onder de twee jaar gaat dit betekenen dat bij een contractverlenging de contractduur het dubbele van het voorgaande contract moet zijn. 103 Ter illustratie: bij een contract van zes maanden, moet het opvolgende contract minimaal 1 jaar duren, terwijl het hierop volgende contract 2 jaar zal moeten duren. 104 Hierboven zal de contractduur telkens met minimaal 1 jaar op moeten lopen. 105 De volgende 2 contracten in deze serie zullen dus respectievelijk 3 en 4 jaar gaan duren.
106 Hiernaast moet er voor flexwerkers een verplicht scholingspotje komen. 107 Werkgevers worden op die manier geprikkeld om ook te investeren in haar 'flexwerkers'. 108 Dit leidt tot meer kansen voor de flexwerkers en vergroot de groei van de Nederlandse arbeidsproductiviteit. 109 Daarom dienen werkgevers een bijdrage in een individueel scholingspotje te deponeren, dat ter beschikking van de werknemer komt. 110 De werknemer kan het gespaarde bedrag aanwenden voor opleidingen en het scholingspotje wordt overgedragen na afloop van het dienstverband. 111 Mocht het tijdelijk contract echter worden omgezet in een vast contract dan wordt de bestemming van het scholingspotje in overleg bepaald tussen werknemer en werkgever. 112 Dit zal een dubbele prikkel geven voor de werkgever om mensen in vaste dienst te nemen.

113 Zelfstandigen zonder personeel (ZZP’ers) moeten de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen als innovator en/of ondernemer. 114 Momenteel is er een knelpunt met betrekking tot schijnzelfstandigheid en bestaat er het risico dat ZZP’ers zonder verzekering arbeidsongeschikt en/of langdurig ziek kunnen worden. 115 Een belangrijke oorzaak van deze schijnzelfstandigheid is het verschil in kosten met werknemers, door premieheffingen en aftrekposten. 116 De Jonge Democraten vinden daarom dat ZZP’ers zich verplicht moeten verzekeren voor langdurige ziekte en arbeidsongeschiktheid. 117 Een verplichte minimumverzekering kan door het UWV worden aangeboden, maar aanvullende verzekeringen zullen op de vrije markt te verkrijgen zijn. 118 Van belang voor deze verzekering is dat er een nader te bepalen eigen risico voor ZZP’ers in deze verzekering komt, zodat de risicoanalyse voor ondernemerschap ook gedeeltelijk bij de ZZP’er ligt. 119 Daarnaast zijn de Jonge Democraten, zoals in de sectie Pensioenen staat genoemd, ook voorstander van verplichte pensioenopbouw voor ZZP’ers. 120 Tot slot is het voor een volledig gelijkwaardige concurrentie tussen ZZP’ers en werknemers ook noodzakelijk om de fiscale verschillen tussen werknemers en ZZP’ers op te heffen. 121 Daarom is de JD voorstander van het afschaffen van de zelfstandigenaftrek. 122 Samen gaan deze maatregelen schijnzelfstandigheid tegen, doordat de concurrentie op sociale zekerheid met reguliere werknemers wordt uitgebannen. 123 Een ‘Race to the bottom’ die ten koste gaat van de volksgezondheid is uitermate onwenselijk.

124 Niet iedereen kan participeren op de arbeidsmarkt. 125 Daar zijn verschillende redenen voor, zoals een mismatch tussen vraag en aanbod, arbeidsongeschiktheid, of andere barrières. 126 Het is de taak van de overheid om een sociaal vangnet te bieden aan mensen die buitenspel komen te staan in het arbeidsproces. 127 In een flexibele arbeidsmarkt is het des te belangrijker dat mensen die niet mee kunnen komen goed worden opgevangen en effectief worden begeleid naar nieuw werk. 128 Hierin is het belangrijk dat het UWV mensen kansen biedt om weer mee te doen. 129 De Jonge Democraten geloven in de intrinsieke motivatie en de kracht van het individu, daarom moet het UWV van een dwingende naar een faciliterende rol. 130 Dit betekent dat het UWV werklozen minder op de huid moet zitten en zich meer moet focussen op loopbaanbegeleiding voor mensen die hier behoefte aan hebben. 131 De Jonge Democraten zijn ook tegen een sollicitatieplicht. 132 De sollicitatieplicht is niet effectief gebleken en alloceert tijd en energie op een inefficiënte manier. 133 De inzet op loopbaancoaches en sollicitatiecursussen zorgt voor een effectieve toeleiding van gemotiveerde sollicitanten naar de juiste banen.

134 De Jonge Democraten zijn zich bewust van een horizontale mismatch op de arbeidsmarkt. 135 Enerzijds zitten veel mensen thuis met weinig uitzicht op een baan. 136 Anderzijds zijn er in bepaalde sectoren tekorten aan geschoold personeel. 137 Om mensen de kans te geven structureel uit de bijstand te komen, pleiten de Jonge Democraten voor de mogelijkheid tot omscholing met behoud van uitkering en toeslagen. 138 Het rijk kan inspringen in de financiering van de uitkering voor deze groep, om gemeenten te ondersteunen op dit gebied.
139 De Jonge Democraten willen mensen de mogelijkheid bieden de kosten van de opleiding te financieren met een lening vergelijkbaar met het huidige studieleenstelsel en/of het al bestaande systeem van scholingsvouchers. 140 Deze financiering zal alleen beschikbaar gesteld worden voor opleidingen tot beroepen met een langdurig arbeidsmarktperspectief.

141 Digitalisering neemt sterk toe. 142 Dit biedt veel voordelen: het maakt taken makkelijker en efficiënter. 143 Echter zitten er ook nadelen aan digitalisering. 144 Zo verdwijnen er steeds meer banen. 145 Niet alleen banen voor lager opgeleiden raken in de verdringing, maar ook veel banen voor de middenklasse komen onder druk te staan. 146 De Jonge Democraten verwachten dat deze tendens zich in de toekomst zal voortzetten en uitbreiden. 147 Men moet zich er van bewust zijn dat er een reële kans is dat in de toekomst een deel van de banen zal verdwijnen. 148 Niet altijd zullen daar evenveel nieuwe banen voor in de plaats komen. 149 Om een duurzame, toekomstbestendige samenleving te garanderen is het belangrijk om op deze tendens in te spelen. 150 Er moet voorkomen worden dat lager- en midden opgeleiden aan de kant komen te staan. 151 Volgens de Jonge Democraten zal het invoeren van een negatieve inkomstenbelasting in deze situatie uitkomst bieden. 152 Een negatieve inkomstenbelasting draagt tegelijkertijd ook bij aan een versimpeling van ons belastingsysteem, dat op dit moment een wirwar is van toeslagen, subsidies en kortingen. 153 Zo maakt de negatieve inkomstenbelasting de AOW en heffingskortingen overbodig. 154 Daarnaast garandeert dit systeem dat elke stijging van iemands bruto-inkomen ook leidt tot een stijging van het netto-inkomen. 155 Daarmee bestrijdt een negatieve inkomstenbelasting perverse prikkels die zorgen voor de armoedeval.

156 De Jonge Democraten pleiten voor een hervorming van het Nederlandse pensioenstelsel. 157 Het huidige stelsel is aan vervanging toe omdat het onvoldoende toekomstbestendig is, jongere generaties benadeelt, en weinig ruimte laat tot individuele keuzevrijheid. 158 De voorgestelde hervorming van het pensioenstelsel respecteert de verschillende carrières en voorkeuren van Nederlanders, professionaliseert de fondsen en wendt toekomstige discussies over rekenrentes en generatieconflicten af. 159 En dit alles zonder dat het afbreuk doet aan de voordelen van de huidige drie-pijler structuur en collectiviteit.
160 Het is voor iedereen van belang dat er voldoende gespaard wordt voor de jaren na pensionering. 161 Daarom dient sparen voor aanvullend pensioen voor iedere werknemer verplicht te worden. 162 ZZP'ers vallen ook onder deze spaarverplichting en kunnen dus ook gebruikmaken van de voordelen die een pensioenfonds biedt. 163 De overheid zal één uniforme pensioenpremie vaststellen, waardoor pensioenen niet meer in cao’s zullen voorkomen. 164 Het is voor de Jonge Democraten belangrijk dat werknemers zelf een pensioenfonds kunnen kiezen. 165 Het aantal pensioenfondsen zal door concurrentie en strenge toetredingsregels afnemen, waardoor schaalvoordelen ontstaan. 166 Naast de vrije pensioenfondskeuze kunnen werknemers aangeven welk risicoprofiel ze prefereren. 167 Wanneer een werknemer niet het gewenste risiconiveau doorgeeft, zal het risicoprofiel van de beleggingen automatisch afnemen naarmate de leeftijd van de ingezetene toeneemt. 168 Om er voor te zorgen dat pensioenfondsen de ingelegde premies verantwoord en op lange termijn gericht kunnen beleggen, kunnen deelnemers per drie jaar maximaal één keer van pensioenfonds veranderen. 169 Daarnaast moet er een maximumniveau komen voor kosten per ingelegde euro pensioenpremie, zodat deze maximaal wordt benut ten behoeve van de deelnemer.
170 De Jonge Democraten streven naar een onafhankelijk, professioneel en vakkundig pensioenbestuur. 171 De pensioenfondsen zullen niet meer gerund worden door de vakbonden, maar door het fonds zelf aangesteld bestuur. 172 DNB zal de deskundigheid van de bestuurders grondiger testen alvorens deze een vergunning krijgen en ook toezien op verantwoord financieel beleid.
173 De Jonge Democraten onderschrijven dat er winst behaald kan worden door collectief te beleggen. 174 Echter, iedereen heeft het volledige eigendomsrecht over zijn eigen ingelegde pensioenpremie (individueel kapitaal gedekt). 175 Er worden geen gelden meer onttrokken en er vindt niet langer herverdeling plaats tussen generaties. 176 Ook de doorsneepremie, het procentueel evenveel inleggen maar minder opbouwen door jongeren, wordt afgeschaft door het opbouwpercentage van jongeren evenredig te maken aan de reële waarde van de inleg over tijd.

177 De Jonge Democraten zijn van mening dat ieder huishouden in Nederland recht heeft op een in technisch goede staat verkerende woning. 178 Het beleid van de overheid dient zich te richten op het creëren van een duurzaam en passend woningaanbod dat zowel aan de kwalitatieve als kwantitatieve vraag voldoet. 179 Burgers moeten zoveel mogelijk keuzevrijheid hebben over de plek waar zij zich wensen te vestigen en over het soort woning waarin zij willen wonen. 180 Om deze keuzevrijheid te waarborgen dient de overheid alternatieve vormen van wonen niet te belemmeren. 181 Denk hierbij aan wonen in een woongemeenschap, op een woonboot of in een verplaatsbare woning.
182 De Jonge Democraten streven naar een evenwichtige verdeling wat betreft woningaanbod. 183 Negentig procent van het woningaanbod bestaat uit koop- en sociale huurwoningen. 184 Er is een tekort aan huurwoningen in de vrije sector. 185 De groep die net meer dan de inkomensgrens voor sociale huur verdient komt hierdoor in de problemen. 186 Deze huishoudens hebben vaak een te hoog inkomen voor een sociale huurwoning, maar een te laag inkomen voor een hypotheek of moeilijk toegang tot de vrije sector. 187 Door dit tekort in de vrije huursector wordt doorstroming belemmert en ontstaat er scheefwonen. 188 Dit zijn mensen in een sociale huurwoning die meer verdienen dan de maximale inkomensgrens.
189 De disbalans in het woningaanbod wordt voor een groot deel door de overheid zelf in stand gehouden. 190 Enerzijds wordt aan de hand van de hypotheekrenteaftrek de koopsector kunstmatig ondersteund met tot gevolg een prijsopdrijvend effect. 191 Anderzijds ondersteunt de overheid via huurregulering de sociale huursector. 192 De overheid dient zich daarom terughoudender op te stellen in de koopmarkt en de sociale huursector, ten gunste van de vrije huursector. 193 Om de woningmarkt dusdanig te laten functioneren dat iedereen een passende woning kan vinden, dient er hervormd te worden in alle drie de subsectoren.

194 Een goed functionerende koopmarkt is volgens de Jonge Democraten vooral een stabiele markt waarin woningen waardevast blijven en niet almaar duurder worden. 195 De Jonge Democraten zien de voordelen van het eigen woningbezit, maar willen dit niet koste wat kost stimuleren. 196 De hypotheekrenteaftrek zorgt ervoor dat aflossen van schuld minder voordelig is en werkt prijsopdrijvend. 197 De Jonge Democraten vinden dat aflossen weer de norm moet worden en hekelen het rondpompen van geld.
198 De fiscale aftrek van de hypotheekrente dient dan ook volledig te worden afgeschaft. 199 Het geld dat hierdoor vrijkomt dient te worden gebruikt om de overdrachtsbelasting bij verkoop van een woning te verlagen en het eigenwoningforfait af te schaffen. 200 Om de woningvoorraad versneld te verduurzamen willen de Jonge Democraten deze investeringen wél fiscaal bevoordelen.
201 Om het risico voor degene die de hypotheek aangaat te beperken pleiten de Jonge Democraten op termijn voor een maximale 'Loan to Value' van 90%. 202 Dit betekent dat maximaal 90% van de woningwaarde gefinancierd kan worden met een hypotheek. 203 Dit is alleen realistisch indien er een substantieel groter aanbod is in de vrije huursector.

204 De Jonge Democraten zijn van mening dat het de taak is van de overheid om ervoor te zorgen dat mensen met een laag inkomen of een moeilijke sociale positie van goede huisvesting worden voorzien. 205 Verder stellen de Jonge Democraten voor om het OZB-stelsel te hervormen. 206 Het OZB-tarief is momenteel gepasseerd op de woningwaarde bij verkoop en de grondwaarde is hierin niet meegenomen. 207 De Jonge Democraten pleiten voor een belasting op woningbezit gepasseerd op twee categorieën: de waarde van de woning en de waarde van het perceel waarop deze woning staat. 208 Op locaties met een hoge grondprijs wordt het op deze manier aantrekkelijk om een hogere woningdichtheid te realiseren. 209 Het huidige stelsel, waarin de overheid deze taak delegeert naar woningcorporaties, is hiervoor geschikt. 210 Corporaties hebben veel kennis opgebouwd van haar huurders, de wijken waarin ze actief zijn en de bebouwing die ze beheren.
211 De kerntaak van woningcorporaties is het zorg dragen voor het woningaanbod in de sociale huursector. 212 Wanneer een woningcorporatie te ver van de kerntaak afwijkt moet de overheid kunnen ingrijpen. Corporaties hebben ook een verantwoordelijkheid om de leefbaarheid in wijken met veel sociale huur te verbeteren door samen met de gemeente en maatschappelijke organisaties zoals de verenigingen en buurtinitiatieven de wijk in te richten tot een duurzaam leefklimaat.
213 Om ervoor te zorgen dat woningcorporaties deze taak naar behoren kunnen uitvoeren dienen ze over voldoende financiële middelen te beschikken. 214 De Jonge Democraten vinden daarom dat de verhuurderheffing moet worden afgeschaft, maar zijn geen voorstander van direct financieel ondersteunen.
215 De Jonge Democraten pleiten voor meer mogelijkheden om de bestaande woningvoorraad van corporaties te privatiseren en voor de mogelijkheid van huurders om de sociale huurwoning te kopen. 216 Middelen die hierdoor vrij komen kunnen ten eerste worden ingezet worden om nieuwe sociale huurwoningen te bouwen op plekken waar vraag het grootst is en ten tweede om de huidige woningvoorraad versneld te verduurzamen. 217 Op termijn kan de maximale inkomensgrens waarbinnen huishoudens aanspraken kunnen maken op een corporatiewoning naar beneden indien er voldoende aanbod is in de vrije huursector.

218 Het aandeel huurwoningen in de vrije sector in Nederland is klein, zeker als we dit vergelijken met onze buurlanden. 219 Door het subsidiëren van de koopmarkt met de hypotheekrenteaftrek en het stimuleren van de sociale huursector met de huurtoeslag is het middensegment op de vrije huursector gemarginaliseerd. 220 Een grote vrije huursector is belangrijk voor de doorstroming op de woningmarkt en past in een samenleving waar flexibiliteit steeds noodzakelijker wordt.
221 De Jonge Democraten vinden daarom dat de overheid de bouw van huurwoningen boven de sociale huurgrens moet stimuleren, zodat het voor vastgoedondernemers, pensioenfondsen en institutionele beleggers aantrekkelijker wordt te investeren. 222 Deze partijen moeten worden betrokken bij planontwikkeling. 223 Gemeenten moeten flexibeler omgaan met bestemmingsplannen. 224 Op die manier wordt het makkelijker om woningen te splitsen en woningen te creëren boven winkels en kantoorpanden.

225 De Jonge Democraten vinden het belangrijk dat er voldoende huisvesting is op de plek waar studenten onderwijs genieten. 226 Deze huisvesting dient betaalbaar te zijn zonder huursubsidie en aan te sluiten bij wensen van studenten. 227 Het is daarbij noodzakelijk dat gemeenten in overleg met onderwijsinstellingen voldoende ruimte creëren om studentenhuisvesting te realiseren.
228 De vrije sector zal meer studio’s en 2-kamerappartementen moeten aanbieden als passende startershuisvesting.

229 De derde manier om welvaart te verdelen is de publieke sector. 230 De Jonge Democraten zijn van mening dat het Nederlandse welvaartsniveau een aantal rechten met zich meebrengt. 231 Elke burger heeft recht op gezondheidszorg, ouderenzorg, rechtsbijstand, voldoende middelen om te eten en woonruimte. 232 Het uitgangspunt van de overheid is het creëren van kansen. 233 Daarmee ligt de eerste verantwoordelijkheid voor basisbehoeften bij het individu. 234 Wanneer door externe factoren als ziekte een individu niet meer in staat is voor zichzelf te zorgen, bestaat de collectieve verantwoordelijkheid dit op te vangen. 235 Dit is een belangrijk herverdelingsmechanisme in de Nederlandse economie. 236 Daarnaast stimuleert het de economie doordat het in hoge mate de oorzaak is van de stabiliteit in Nederland. 237 Ook zijn er zaken die op dit moment onderdeel zijn van collectieve regelingen, zoals de verzekering van ouderdomskwalen, die bij een normale levensloop voorvallen. 238 Voor deze zaken dient men, in het licht van zorgkostenbeheersing, onderzoek te doen naar alternatieven in de private verzekeringssfeer.

239 Om het bovenstaande proces te beheersen moet de overheid de rol van marktmeester aannemen. 240 De markt functioneert goed bij een transparant, geloofwaardig, duidelijk en vooral stabiel economisch beleid. 241 De marktmeester heeft een aantal belangrijke kerntaken die zich focussen op financiële stabiliteit en de Euro, een strakke overheidsbegroting, het terugdringen van schuld en een goede beheersing van de markt in zijn geheel.

242 Het financieel beleid is de motor van het Nederlands economisch succes. 243 Zonder stabiliteit geen vertrouwen, geen investeringen en geen groei. 244 Deze stabiliteit is sinds de invoering van de Euro niet meer afhankelijk van Duitsland, maar van de gehele eurozone. 245 Stabiliteit wordt economisch gewaarborgd door een lage inflatie, adequaat overheidshandelen en het tegengaan van excessen.
246 Het monetaire mechanisme ligt in handen van de Eurozone. 247 De euro biedt Nederland veel voordelen. 248 De euro zorgt voor stabiliteit in de regio, heeft de monetaire markt vergroot en transactiekosten tussen Europese landen verlaagd. 249 Nederland zal in de Eurozone vooral moeten pleiten voor stabiliteit. 250 De Jonge Democraten zijn van mening dat deze stabiliteit wordt gewaarborgd door sterke checks and balances op nationale overheidsbegrotingen. 251 Hierbij past een sterke rol van de Europese Commissie, die de mogelijkheid moet hebben om een sanctie op te leggen, omdat de lidstaten niet in staat zijn gebleken om toe te zien op naleving van de afspraken. 252 Daarnaast dient de stabiliteit te worden gewaarborgd door beleid binnen Europese landen op belangrijke terreinen, zoals de vergrijzingproblematiek, naar elkaar toe te laten groeien. 253 Wel moet goed worden gekeken naar de toetredingseisen van nieuwe landen tot de Eurozone. 254 Daardoor dienen nieuwe leden langer aan de toetredingseisen te voldoen. 255 Op deze manier tonen geïnteresseerde nieuwe landen aan dat zij aan de stabiliteit van Euro –en dus Nederland- bij kunnen dragen.
256 Op termijn zal naar een Europese begrotingsunie met een geïntegreerd begrotingsbeleid toegewerkt moeten worden. 257 Een begrotingsunie bevordert convergentie van beleid van lidstaten op belangrijke gebieden als belastingheffing en sociale zekerheid. 258 Voor stabiliteit binnen Europa is het van belang dat de lidstaten op economisch gebied meer naar elkaar toegroeien. 259 De begrotingsunie zal een autoriteit hebben die bevoegdheden heeft om belasting te heffen en geld te lenen. 260 Dit een betere oplossing dan het permanente noodfonds (ESM) om de bereikte Europese integratie te kunnen beschermen tegen crises en effectief toezicht op Europees niveau mogelijk te maken. 261 Een begrotingsunie moet wel het subsidiariteitsbeginsel respecteren en de nodige democratische legitimatie krijgen.

262 Een goed werkend belastingstelsel is noodzakelijk voor het functioneren van de overheid, publieke diensten en de markt. 263 De Jonge Democraten willen een zo simpel en efficiënt mogelijk belastingstelsel. 264 Hierin vinden de Jonge Democraten de volgende uitgangspunten van belang: het efficiëntiebeginsel, het draagkrachtbeginsel, het profijtbeginsel en het principe van de vervuiler betaalt. 265 Belastingprikkels in een stelsel zijn effectief, maar moeten niet te pas en te onpas worden ingezet. 266 Geld rondpompen moet zo veel mogelijk worden voorkomen. 267 Daarom willen de Jonge Democraten aftrekposten en toeslagen beperken. 268 Daar moet een gebruiksvriendelijker en tegelijkertijd robuuster belastingstelsel voor in de plaats komen met minder kans op fouten en fraude. 269 Bovendien vinden de Jonge Democraten dat indien de kosten van het heffen van een belasting hoger liggen dan de opbrengsten van een belasting, er een breed gedragen maatschappelijk nut moet zijn.

270 De Jonge Democraten staan centralisering van de belastinginning voor. 271 Door één organisatie verantwoordelijk te maken, heeft de burger nog contact met slechts één belastinginstantie. 272 Lokale overheden zullen via de nationale belastingdienst hun belastingen moeten gaan heffen waarbij lokaal belastingbeleid mogelijk blijft. 273 Dit maakt het verrekenen van belastingen mogelijk en zorgt voor efficiëntie in de uitvoeringskosten. 274 Belastingzekerheid voor de belastingbetaler moet zo ver mogelijk worden doorgevoerd. 275 Belastingen die jaarlijks veranderen dragen bij aan onzekerheden over belastingen en dienen te worden voorkomen.

276 De Jonge Democraten willen dat de belastingdienst zo transparant mogelijk is, bijvoorbeeld over de belastingdruk en de uitvoeringskosten. 277 De complexiteit van belastingen zou zodanig moeten worden verminderd dat iedereen een goed overzicht heeft van alle regelingen. 278 Het mag niet zo zijn dat een Nederlandse burger te veel belasting betaalt doordat het belastingstelsel te complex is. 279 Een proactieve communicatiestrategie naar de belastingplichtige over mogelijke voordelen kan deze complexiteit verminderen. 280 De belastingdienst heeft veel gevoelige privé-informatie tot zijn beschikking. 281 Met deze informatie moet volgens de Jonge Democraten, met inachtneming van het algemeen en individueel belang, behoudend worden omgegaan. 282 Een privacytoetsing voorafgaand aan de toekenning van nieuwe bevoegdheden is noodzakelijk.

283 De Jonge Democraten streven naar zo veel mogelijk Europese uniformiteit in belastingen en tarieven. 284 Minder stelselverschillen zorgen voor minder belastingontwijking. 285 Voorbeelden waar meer uniformiteit mogelijk is zijn de btw, vennootschapsbelasting en accijnzen. 286 In Europees verband kan er verder gewerkt worden aan vrij verkeer van goederen door het gelijktrekken van de wijze van heffen van wegenbelasting en brandstofaccijnzen.

287 Bovenop de btw zal er een focus moeten komen op het belasten van negatieve maatschappelijke effecten of externaliteiten. 288 Externaliteiten zijn in dit geval de niet-gecompenseerde kosten of geleden schade voor de maatschappij als gevolg van een individuele economische activiteit.

289 De belastingdruk op inkomsten uit vermogen is niet progressief. 290 De Jonge Democraten pleiten daarom voor een progressieve vermogensrendementsheffing met een hoger vrijgesteld vermogen.

291 Werken moet altijd lonen en daarom streven de Jonge Democraten naar een minder grote belastingdruk op arbeid. 292 De loonschijven zijn een goede basis, maar de spreiding van de schijven is uit balans. 293 Het uiteindelijke doel is lastenverschuiving van arbeid naar vermogen, vervuiling en consumptie.

294 De Jonge Democraten vinden de fiscaal aantrekkelijke behandeling van vreemd vermogen ten opzichte van eigen vermogen ongewenst. 295 Die verschillende behandelingen verleiden particulieren en ondernemers ertoe om hun woning of bedrijf met vreemd vermogen in plaats van eigen vermogen te financieren. 296 Dat veroorzaakt economische instabiliteit en maakt Nederland te gevoelig voor het tij van de wereldeconomie. 297 Wij pleiten er dan ook voor om de fiscale regels voor eigen en vreemd vermogen dichter bij elkaar te brengen.

298 Overheidsbegroting en nationale schuld
299 Een norm op de overheidsbegroting in Europees perspectief is een goede manier om excessieve uitgaven te voorkomen. 300 Problematisch aan een strikte 3%-norm is echter dat het tegen de zalmnorm ingaat en het economisch beleid van de overheid sterk negatief wordt beïnvloed door de economische conjunctuur. 301 Een norm die zich aanpast aan de economische situatie lijkt in theorie een mooie oplossing. 302 In de praktijk kan het er echter voor zorgen dat tekorten onhoudbaar hoog oplopen in slechte economische tijden en vrijwel niemand wil bezuinigen in goede economische tijden. 303 Dit betekent dat overheidsschulden niet worden afbetaald en worden doorgegeven aan volgende generaties. 304 De Jonge Democraten pleiten daarom voor een vaste (3%-) norm, waar in een beperkt aantal situaties van afgeweken mag worden. 305 Er moeten door hervormingen dan echter wel gezonde overheidsfinanciën op lange termijn in het vooruitzicht worden gesteld. 306 Deze vooruitzichten zouden dan door het Europees Parlement gecontroleerd moeten worden.

307 De Jonge Democraten vinden dat gasbaten gebruikt dienen te worden voor langetermijninvesteringen en innovatie voor transitiemogelijkheden. 308 De sociale zekerheid moet onafhankelijk zijn van de inkomsten uit gasbaten en de daarmee gepaard gaande grillen van de energiemarkt. 309 De schade aan de lokale leefomgeving door gaswinning moet ook uit de opbrengsten van de gasbaten bekostigd worden.

310 Een goedwerkende markt is een essentieel onderdeel van de samenleving. 311 Het biedt het bedrijfsleven kansen, de overheid een efficiënte oplossing en de burger voordeel in de vorm van lagere prijzen, verhoogde kwaliteit en meer keuzemogelijkheden. 312 Individuele partijen hebben in hun zoektocht naar het creëren van waarde baat bij het verstoren van de marktsymmetrie. 313 Om het proces goed te laten verlopen is daarom een marktmeester nodig. 314 De overheid dient de rol van marktmeester op zich te nemen. 315 In deze rol dient de overheid zich te focussen op het invoeren van (kwaliteits-) eisen en het toezicht houden hierop, het wegnemen van entree barrières en het wegnemen van informatie asymmetrie door het bevorderen van transparantie. 316 Men dient hierbij nadrukkelijk te waken voor waardevernietiging veroorzaakt door te hoge regeldruk en te letten op de internationale concurrentiepositie van Nederland.

317 De financiële sector verdient extra aandacht, aangezien een crisis in deze sector verstrekkende gevolgen kan hebben. 318 De focus van het beleid dient te liggen op het bieden van zoveel mogelijk vrijheid voor de financiële sector om economische groei niet in de weg te zitten. 319 Daarnaast dient een belangrijk uitgangspunt bij het reguleren van de financiële sector te zijn dat alle risico's bij de instellingen zelf liggen. 320 Regelgeving moet voorkomen dat instellingen 'too big to fail' kunnen worden waardoor de belastingbetaler in tijden van crisis noodgedwongen moet bijspringen.
321 Financiële instellingen opereren internationaal. 322 Daarom moet regelgeving ook op internationaal niveau afgestemd worden. 323 Omdat dit op mondiaal niveau erg lastig is, zal in eerste instantie gestreefd moeten worden naar maximale harmonisatie op Europees niveau. 324 Systeemrisico’s moeten op zowel mondiaal als Europees niveau worden beperkt. 325 Hiertoe dienen de Financial Stability Board (FSB) en het Europees Comité voor Systeemrisico’s (ECSR) meer bevoegdheden te krijgen. 326 Dit zijn onafhankelijke instellingen, die gecontroleerd dienen te worden door respectievelijk nationale overheden en het Europees Parlement. 327 De JD ziet ook het belang in van het beperken van de grootte van banken. 328 Meerdere kleinere banken zijn beter voor de economie en brengen minder systeemrisico’s met zich mee.

329 De Jonge Democraten pleiten voor het invoeren van de liquiditeitseisen uit het Basel III pakket, liefst op mondiaal, maar in ieder geval op Europees niveau. 330 De implementatie moet zo snel mogelijk gebeuren, maar mag de economie geen schade berokkenen. 331 De JD is voorstander van een zorgvuldig afgewogen combinatie van risicogevoelige en risico-ongevoelige kapitaaleisen, in totaal significant hoger dan voor de crisis. 332 Aan de ene kant kunnen risicogevoelige kapitaaleisen banken stimuleren om op innovatieve wijze risico's buiten het zicht van de toezichthouder te houden door te sleutelen met het risicomodel. 333 Aan de andere kant kunnen ook risico-ongevoelige eisen banken aanzetten tot het nemen van onverantwoorde risico's. 334 Als de kapitaaleisen die aan een subprime tophypotheek gesteld worden dezelfde zijn als aan een Zwitserse staatsobligatie, kunnen banken geneigd zijn om alleen voor rendement te gaan en risico uit het oog te verliezen.
335 De toezichthouder zal banken die niet aan de kapitaaleis voldoen dwingen te herkapitaliseren door de uitkering van dividend tijdelijk te beperken en aandelenemissies te verplichten. 336 Een hogere kapitaaleis zorgt voor grotere buffers tegen onverwachte verliezen, vergroot het onderlinge vertrouwen tussen banken, beperkt de impact van domino-effecten en geeft de toezichthouder meer ruimte om in te grijpen als een bank in de problemen komt. 337 Hierdoor zal de stabiliteit van het financiële systeem toenemen en zullen de kosten voor de belastingbetaler afnemen, omdat minder vaak overheidssteun nodig zal zijn en eventuele steun beperkte omvang zal hebben. 338 De maatschappelijke kosten van een hogere kapitaaleis zijn minimaal, wanneer deze gepaard gaat met een zorgvuldige transitieperiode.

339 Het schaduwbankensysteem bestaat uit niet-bancaire financiële instellingen die diensten verlenen die vergelijkbaar zijn met de diensten van banken. 340 Dit systeem is belangrijk voor de economie, omdat het alternatieve manieren van fondsenwerving biedt en zorgt voor meer concurrentie. 341 Het schaduwbankensysteem staat momenteel niet onder toezicht.
342 De Jonge Democraten vinden dat hier verandering in moet komen, omdat het kan uitgroeien tot een gevaar voor de stabiliteit van het financiële systeem. 343 Zij zijn dan ook van mening dat in de toekomst alle systeemrelevante financiële instellingen, zoals grote verzekeraars, hedgefondsen, structured investment vehicles (SIVs) en private equity fondsen gecontroleerd moeten worden om zicht te hebben op de opbouw van risico’s in dit deel van het financiële systeem.

344 Om ervoor te zorgen dat de kans dat de belastingbetaler opdraait voor de kosten als een financiële instelling failleert of kleiner wordt, is de JD voorstander van het invoeren van een verplichte ‘living will’, naast de introductie van een hogere kapitaaleis. 345 Een living will is een financieel testament waarin uiteengezet wordt hoe de instelling zal reageren op crisissituaties en een eventuele liquidatie en hoe daarbij een ontbinding op een gecontroleerde manier zou kunnen geschieden. 346 Hierbij zullen in ernstige gevallen obligatiehouders verliezen moeten accepteren. 347 Indien uit de living will blijkt dat de ontmanteling van een instelling leidt tot (te) hoge maatschappelijke kosten, kan de toezichthouder op basis van de versterkte informatie uit het plan besluiten om bepaalde structurele wijzigingen bij de instelling af te dwingen.
348 Als maatregelen om de belemmering van de publieke garanties op het betaal- en spaargeld voor failliet gaan van slecht functionerende banken weg te nemen niet het gewenste effect hebben, dienen banken met significante op de korte termijn gerichte handelsactiviteiten ("trading") deze af te stoten. 349 Dit biedt de mogelijkheid tot het vormen van een gereguleerde commerciële bankensector onder bescherming van de overheid, die de deposito- en leen- en betaaldiensten aanbiedt en een lichter gereguleerde sector van banken met risicovolle tradingactiviteiten zonder overheidsbescherming. 350 Op deze wijze kunnen ‘too big to fail’ risico’s weggenomen worden.

351 De JD vindt het van groot belang dat het toezicht op grote Europese financiële instellingen op Europees niveau plaatsvindt en er één regelboek voor de Europese financiële markt komt. 352 Dit om conflicten tussen toezichthouders uit verschillende lidstaten te voorkomen en een level playing field te waarborgen. 353 Hiertoe dienen naast de ECSR de Europese Toezichthoudende Autoriteiten (ETA’s) bindende bevoegdheden tekrijgen. 354 Zij zullen gecontroleerd worden door het Europees Parlement. 355 De EU zal met sterkere ETA’s ook beter in staat zijn adequaat te reageren op een financiële crisis. 356 De Jonge Democraten zijn voorstander van het opzetten van een Europese bankenunie met gecentraliseerd toezicht, gezamenlijke bekostiging van hulp aan noodlijdende banken door lidstaten en een gezamenlijk garantiestelsel. 357 De JD pleit voor een dekking tot 30.000 euro. 358 De invoering van een bankenunie is van belang om effectief toezicht op internationaal opererende banken en tijdige signalering van problemen mogelijk te maken. 359 De Europese Centrale Bank (ECB) zal samen met de Europese Banken Autoriteit (EBA) het toezicht op de grote Europese banken (met een balanstotaal van boven de 30 miljard euro) en in ieder geval het toezicht op de systeemrelevante banken van iedere lidstaat op zich nemen. 360 Het toezicht op kleinere banken zal in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel voor rekening van de nationale toezichthouders komen, omdat die de financiële sector in hun land het beste kennen en al de middelen ter plaatse hebben om deze taak uit te voeren. 361 De ECB zal wel kunnen ingrijpen als het bij één van de kleinere banken mis gaat. 362 Grote ingrepen zullen de instemming van een meerderheid van de lidstaten vereisen.

363 Op termijn zal naar een Europese begrotingsunie toegewerkt moeten worden, met een autoriteit die bevoegdheden heeft om belasting te heffen en geld te lenen. 364 Dit is nodig als betere oplossing dan het permanente noodfonds (ESM) om de bereikte Europese integratie te kunnen beschermen tegen crises, een effectieve bankenunie mogelijk te maken en de bevoegdheden van de ETA’s en ECSR te kunnen uitbreiden. 365 Een begrotingsunie zal wel de nodige democratische legitimatie moeten krijgen.

366 Kredietbeoordelaars geven een mening over kredietwaardigheid, die goed of slecht kan uitpakken, en waar altijd een disclaimer bij hoort die aangeeft wat eventuele tegengestelde belangen van de beoordelaar zijn. 367 Maar uiteindelijk ligt de verantwoordelijkheid voor investeringsbeslissingen op basis van kredietbeoordelingen bij degenen die op basis van de mening van één partij hun geld op het spel durven zetten. 368 Waar dit professionele partijen betreft zoals verzekeraars en pensioenfondsen, die vaak contractueel vastleggen dat kredietbeoordelingen gevolgd moeten worden, moet het toezicht daarop ingrijpen.
369 Er is gebleken dat bonussen een bedreiging kunnen vormen voor de stabiliteit van het financiële systeem. 370 De JD pleit voor bonusbeleid dat is gericht op langetermijnresultaten: bonussen dienen berekend en uitbetaald te worden over een langere periode.

371 De Jonge Democraten richten hun economisch beleid actief op Innovatie, Onderwijs, Ondernemerschap en Arbeidsproductiviteit. 372 De welvaartscreatie die hieruit volgt wordt voornamelijk verdeeld in de arbeidsmarkt, de woningmarkt en enkele publieke sectoren. 373 De overheid dient in dit proces de rol van marktmeester aan te nemen en op te treden als facilitator voor het bedrijfsleven. 374 De economie is ten slotte gebaat bij een overheid die een stabiel monetair beleid voert en kansen mogelijk maakt.?

» Ga terug naar de politieke site