Nederland is een rijk land. Onze welvaart financiert het collectieve welzijn van onze samenleving. Geld dat vloeit naar onderwijs, gezondheidszorg en sociaal stelsel biedt mensen ontplooiingskansen en vergroot de individuele keuzevrijheid.
De Jonge Democraten staan voor een duurzame economische groei, welvaart en welzijn, nu en in de toekomst. Ontwikkelingen volgen elkaar steeds sneller op en de overheid zal hier flexibel op in moeten spelen om onverwachte economische schokken op te vangen. De Jonge Democraten zien een toekomst waarin mensen sneller en vaker van baan veranderen. Het is een toekomst waar mensen een leven lang leren en een leven lang kansen voor zichzelf creëren. Een toekomst waar mensen langer doorwerken. Het is een toekomst waarin Europese landen elkaars groei stimuleren. 10 Nederland heeft in die toekomst een internationaal concurrentievoordeel doordat ze in staat is keuzes te maken, zich aan veranderingen kan aanpassen en op een selectief aantal gebieden kan excelleren.
11 Om die toekomst te kunnen garanderen moeten er vandaag duidelijke economische keuzes worden gemaakt en dient de huidige generatie verantwoordelijkheid te nemen voor de volgende. 12 De Jonge Democraten staan voor een economisch beleid dat kansen biedt om het individuele welzijn via welvaartscreatie te vergroten en zo min mogelijk belemmeringen opwerpt voor werknemers, werkgevers en burgers. 13 Welvaart wordt gegenereerd door sterk in te zetten op innovatie, onderwijs, ondernemerschap en arbeidsproductiviteit. 14 De welvaart wordt vervolgens op de belangrijkste punten verdeeld in de arbeidsmarkt, de woningmarkt en enkele publieke sectoren. 15 De rol die de overheid heeft in dit proces is die van marktmeester.

16 In een mondiale en concurrerende economie kan Nederland niet op ieder gebied excelleren. 17 Welvaart genereren betekent duidelijke keuzes maken. 18 Het economisch beleid dient een strategie te voeren die onze kennis, inspanning en geld bundelt in gebieden waarin we wereldwijd uit (kunnen) blinken. 19 Om – als open economie – internationaal te kunnen concurreren, zal extra aandacht gegeven moeten worden aan: innovatie, onderwijs, ondernemerschap en arbeidsproductiviteit.

20 De Jonge Democraten vinden dat we moeten voorkomen dat het comfort dat welvaart ons biedt ons lui maakt. 21 Door te blijven investeren in onderzoek en het stimuleren van productontwikkeling creëren we voor Nederland kansen op snelle groei, groei die noodzakelijk is voor (het behoud van) ons welvaartsniveau. 22 Sterker nog, cijfers wijzen uit dat innovatie leidt een significant hogere omzetgroei en een hogere werkgelegenheid. 23 Helaas is Nederland tot nog toe niet in staat geweest innovatie in groei om te zetten, Nederland zakt op het Europese Innovation Scoreboard.
24 Het fundament voor economische groei is in Nederland aanwezig: kennis. 25 Kennis is onze belangrijkste grondstof maar wordt te beperkt benut. 26 De Jonge Democraten pleiten voor meer kennisvalorisatie in de vorm van vertaling van ontwikkelde kennis in economische bedrijvigheid. 27 De capaciteit om kennis snel en effectief om te zetten in economische waarde wordt een steeds belangrijkere bron van competitief voordeel. 28 Om op de lange termijn concurrerend te blijven moet Nederland naast deze incrementele innovatie hoog inzetten op fundamenteel onderzoek in zowel de exacte als de sociale wetenschappen. 29 De spin-offs die dit onderzoek op zal leveren vormen het kenniskapitaal van de toekomst.
30 Kennisvalorisatie dient daarom een kerntaak te worden binnen het hoger onderwijs. 31 Een bewezen mechanisme is het samenbrengen van universiteiten en bedrijven in kennisparken. 32 Een voorbeeld hiervan is brainport Eindhoven, waar meer dan 50% van de Nederlandse patenten vandaag de dag vandaan komen. 33 De overheid dient daarom publiekprivate samenwerkingsverbanden en samenwerking tussen kennisinstituten en bedrijven te stimuleren. 34 De knowledge spillovers die hier plaatsvinden, creëren een positieve opwaartse spiraal, omdat bedrijven en onderwijsinstellingen van elkaar profiteren. 35 Het competitieve voordeel van dit soort samenwerkingsverbanden zal binnen sectors herkend worden, waardoor kennisdeling weer verder wordt gestimuleerd.
36 Ten tweede moet Nederland innovatie actief stimuleren. 37 Dit doet de overheid door een generiek technologiebeleid te voeren. 38 Het beleid wat betreft innovatie is voor de hele markt hetzelfde. 39 Op deze manier worden tegengestelde belangen en prikkels overbrugd. 40 Elk bedrijf, ongeacht de sector, krijgt extra belastingvoordelen over de investeringen in R&D. 41 Dit draagt sterk bij aan incrementele innovaties en dan vooral bij grote bedrijven. 42 Om radicale innovaties te bevorderen (die vaak vanuit het MKB komen) is het noodzakelijk om de innovatievouchers te herintroduceren. 43 Bij een radicale innovatie kan een bedrijf dan aan het benodigde kapitaal komen om de innovatie verder te ontwikkelen en op de markt te brengen.
44 De nadruk ligt op het woord investering. 45 Investeringen in Research and Development (R&D) bedragen in Nederland 0,8% van het BBP. 46 In landen die hoog staan op het Innovation Scoreboard wordt significant meer geïnvesteerd. 47 Om niet achterop te raken, maar juist te excelleren, moet Nederland minimaal 2% van het BBP investeren in R&D. 48 Innovatie moet niet gezien worden als een kostenpost waarop zomaar op korte termijn bezuinigd kan worden. 49 Innovatie levert op de lange termijn veel meer op en draagt daarmee sterk bij aan economische en sociale welvaart.
50 De overheid dient daarnaast zelf het goede voorbeeld te geven door innovatie een vaste overweging te maken bij overheidsaanbestedingen. 51 Dit kan door meerdere bedrijven te laten concurreren om opdrachten van de overheid. 52 De overheid kan hen hierbij ondersteunen door gefaseerde subsidies en zo het risico beperken. 53 Dit leidt tot innovatieve oplossingen waar samenleving, bedrijfsleven en de overheid zelf van profiteren.
54 Als laatste moet overheid opnieuw een Innovatieplatform opzetten. 55 Deze dient echter niet afhankelijk te zijn van kabinetsperioden. 56 Innovatie is immers de motor van onze economie. 57 Het is daarom nodig dat deze motor niet steeds opnieuw gestart moet worden. 58 De gevolgde koers dient vervolgens afgerekend te worden op indicatoren van kennisvalorisatie. 59 Dus niet zozeer op aantal patentaanvragen maar wel het aantal patenten dat vermarkt is. 60 Waarbij de focus ligt op opbrengsten van innovatie. 61 Een positieve innovatieprikkel geeft bedrijven de stimulans om zelf meer te investeren in innovatief onderzoek.

62 Ondernemerschap met MKB in het bijzonder, is een essentiële bouwsteen van de Nederlandse economie. 63 Ondernemers zijn de mensen die kennis omzetten in economisch potentieel, wat gepaard gaat met vallen en opstaan. 64 In een gunstig ondernemersklimaat dragen innovatieve ideeën van ondernemers bij aan economische groei.

65 Het starten van een onderneming is lastig zowel door regulerende als financiële beperkingen. 66 Om de markt zo optimaal mogelijk te laten werken, moeten toetredingsbarrières worden verminderd.
67 Financiële beperkingen kunnen voor startende ondernemers tijdelijk worden versoepeld om ze een vliegende start te geven. 68 Voor startende ondernemers moeten fiscaal gunstige regelingen bestaan, bijvoorbeeld dat zij een jaar uitstel krijgen voor het betalen van de eerste belastingen.

69 De Nederlandse arbeidsmarkt is aan grote veranderingen onderhevig. 70 Economische veranderingen volgen elkaar snel op. 71 De vraag naar arbeid is slecht te voorspellen. 72 De Nederlandse economie kan niet concurreren met opkomende markten op basis van kwantiteit, maar wel op basis van kwaliteit. 73 Hiervoor zijn goed geschoolde arbeidskrachten noodzakelijk. 74 Om de snelle veranderingen de baas te blijven, vinden de Jonge Democraten het van belang dat de arbeidsmarkt hier ook snel op kan reageren. 75 Dat kan alleen door een vrijere arbeidsmarkt met minder regelgeving, waarbij wel de rechten van zowel werknemers als werkgevers gewaarborgd moeten zijn.

76 In Nederland voeren we al lange tijd een beleid van loonmatiging. 77 Werkgevers en werknemers vinden elkaar in de gedachte, dat op de lange termijn een sterke concurrentiepositie door relatief lage lonen het beste is voor de economie. 78 Het inkomensdeel van bedrijven is de laatste decennia flink gestegen door de relatief goedkope arbeid in Nederland. 79 De arbeidsproductiviteit gaat op de lange termijn omhoog als de lonen toenemen. 80 Het loonmatigingsbeleid zorgt voor betere concurrentie op het gebied van arbeid en heeft positieve gevolgen voor de ontwikkeling van het aantal arbeidsplaatsen. 81 In periodes van stijgende werkeloosheid is loonmatiging dus een geoorloofd middel om deze terug te dringen. 82 Wanneer er weer sprake is van schaarste op de arbeidsmarkt – lage werkeloosheid – kan er duurzame opwaartse loonontwikkeling plaatsvinden.

83 Een ZZP'er is een zelfstandige zonder personeel. 84 ZZP’ers moeten de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen als innoveerder en/of ondernemer. 85 Wanneer een ZZP’er wil doorgroeien en daarvoor mensen wil aannemen, moeten belemmeringen worden weggenomen. 86 Het is noodzakelijk dat ZZP’ers makkelijker kunnen aansluiten bij collectieve sociale voorzieningen.
87 Het gevaar bij ZZP’ers is dat grote partijen hun marktmacht misbruiken. 88 Een gevolg kan zijn dat er schijn ZZP’ers ontstaan. 89 Dit verschijnsel moet worden aangepakt zodat een bestaansminimum en werknemersrechten gegarandeerd zijn.

90 Door demografische verschuivingen zal het aanbod van arbeid op de lange termijn steeds kleiner worden. 91 Vooral in de zorg, ICT, landbouw en het onderwijs dreigt er een tekort aan goed geschoolde arbeidskrachten. 92 Om deze problemen aan te pakken, is het noodzakelijk om de AOW verder te hervormen. 93 Een koppeling aan de levensverwachting is een eerste stap. 94 De Jonge Democraten denken dat dit niet voldoende is.
95 Het huidig AOW-stelsel gaat uit van een omslagstelsel. 96 De huidige generatie betaalt voor de huidige gepensioneerden. 97 Wanneer verschillende generaties niet van vergelijkbare grootte zijn, ontstaat eenzijdige solidariteit, hier moet verandering in komen. 98 De AOW zal versneld moeten worden gefiscaliseerd. 99 Fiscalisering van de AOW betekent dat de AOW-premie voor werkenden omlaag gaat, terwijl tegelijkertijd de belastingtarieven in de eerste twee schijven voor iedereen met eenzelfde percentage stijgen. 100 Dit heeft tot gevolg dat de AOW premie niet meer uitsluitend een omslagstelsel is. 101 Fiscalisering van de AOW vergroot de houdbaarheid van het stelsel en zorgt bovendien voor zowel intergênerationele- als gênerationele solidariteit.
102 Verder zal het AOW-stelsel vrijer moeten worden ingericht. 103 Wie eerder wil stoppen met werken, kan iets inleveren op zijn AOW, wie later met pensioen wil gaan zal meer AOW ontvangen. 104 Bovendien vinden de Jonge Democraten dat er een mogelijkheid moet komen om deeltijd-AOW te ontvangen. 105 Op die manier kan de overgangsperiode van een werkend naar gepensioneerd bestaan soepeler verlopen.

106 De Jonge Democraten pleiten voor een vrijere arbeidsmarkt met minder belemmerende regels. 107 De afweging tussen de belangen van werknemers en werkgevers is essentieel.
108 Deeltijd of voltijd
109 Het is aan de werknemer zelf om de afweging te maken tussen werktijd en vrije tijd. 110 Het individu moet centraal staan bij de keuze om koopkracht in te leveren en daarmee individuele consumptie te verminderen en meer vrije tijd over te houden. 111 De Jonge Democraten zien liever dat iedereen vier in plaats van vijf dagen per week aan het werk is dan dat er een grote groep mensen helemaal aan de kant staat.

112 De arbeidsmarkt zal meer in balans moeten komen, we moeten van baanzekerheid naar werkzekerheid. 113 Flexibele contracten bieden nauwelijks houvast voor werknemers en zorgen voor een beperkte investering in scholing door de werkgever. 114 Vaste contracten brengen aan de andere kant vaak hoge kosten voor de werkgever mee en zorgen voor starheid in de arbeidsmarkt. 115 Door de snelle veranderingen in de economie is het noodzakelijk om adequaat te kunnen inspelen op veranderingen, zowel flexibele als vaste contracten moeten daarom worden hervormd.
116 De Jonge Democraten willen naar een vrijere flexibele arbeidsmarkt waar goede scholing centraal staat. 117 Goede scholing is voor alle niveaus van belang zodat doorstromen naar een nieuwe functie zonder veel obstakels gaat.

118 De Werkloosheidswet (WW) zorgt ervoor dat werknemers een periode tussen twee banen kunnen opvangen. 119 De Jonge Democraten vinden dat dit systeem gemoderniseerd moet worden. 120 Werknemers zijn gebaat bij een hogere werkloosheidsuitkering. 121 Het opsparen van WW recht op basis van anciënniteit is oneerlijk voor starters en werkt een vrijere arbeidsmarkt tegen. 122 Om het systeem toekomstbestendig te maken en om ervoor te zorgen dat het blijft lonen om te werken, zal de uitkering niet langer moeten duren dan één jaar.

123 Werknemers krijgen steeds minder snel een vast contract aangeboden. 124 Belangrijke oorzaak hiervan zijn de financiële risico’s door het aannemen van een werknemer. 125 Wanneer een werknemer ziek wordt, zijn werkgevers verplicht om minstens twee jaar loon door te betalen. 126 Dat heeft tot gevolg dat voor een ondernemer geen werk wordt uitgevoerd, terwijl hij toch moet betalen. 127 Om de werkzaamheden door te zetten, zal er een extra werknemer aangenomen moeten worden. 128 Dat verdubbelt de kosten, terwijl productiviteit door de inwerktijd van een nieuwe werknemer vaak zelfs lager ligt. 129 Vooral kleine ondernemers kunnen hier veel last van krijgen. 130 Door middel van een gemeenschappelijke regeling, zoals een verplichte verzekering tegen ziekte van werknemers voor alle ondernemers die personeel in dienst hebben, kunnen deze kosten voor kleine ondernemers worden verminderd. 131 Dat is goed voor werkgelegenheid en de groeipotenties van startende en kleine ondernemers.

132 Anciënniteit staat voor het aantal dienstjaren en de daaraan verbonden voordelen voor de werknemer. 133 Anciënniteit is vervlochten in de Nederlandse samenleving en de werkvloer. 134 Naargelang een werknemer langer in dienst is, blijft het loon minstens hetzelfde maar gaat vaak omhoog. 135 Omdat de kennis en werkervaring toeneemt, neemt ook de waarde van de werknemer voor het bedrijf toe. 136 Vreemd is echt dat er geen einde lijkt te komen aan dit proces. 137 Productiviteit stijgt niet onbeperkt, op een bepaald moment kan dit zelfs dalen. 138 Om die reden pleit de Jonge Democraten ervoor om werknemers niet op basis van anciënniteit, maar op basis van productiviteit te belonen.
139 Europeanisering
140 De verschillen tussen regio’s in Europa zijn te groot om een one-size-fits-all beleid te voeren. 141 Wel is het van belang om de lokale best practices te delen door middel van een fijnmaziger netwerk van instanties zoals Kamer van Koophandels en ambassades. 142 Ook zaken als uitkeringen en pensioenregelingen moeten makkelijker meegenomen kunnen worden zodat een efficiëntere allocatie van arbeid mogelijk is. 143 Voorkomen moet worden dat binnen de Europese markt uitsluitend geconcurreerd wordt op prijs, waardoor landen waarin het bestedingsniveau lager ligt een arbeidsconcurrentievoordeel hebben (zoals zichtbaar in de logistieke sector of uitzendbureaus). 144 Ook moet uitbuiting en mensenhandel worden aangepakt.
145 Op de lange termijn willen de Jonge Democraten toewerken naar één Europese arbeidsmarkt. 146 Immigratie kan een belangrijke rol spelen bij het oplossen van tekorten op de arbeidsmarkt.

147 De Jonge Democraten vinden dat scholing een essentieel onderdeel is van het arbeidsproces. 148 Leren houdt niet op na het verlaten van de school, iedereen blijft zijn leven lang leren. 149 Dit geldt voor alle niveaus, de invulling van het leren is alleen anders. 150 Belangrijk bij de invulling van het leren is de keuzevrijheid voor de werknemer. 151 Doordat scholing een recht wordt zal de werkgever moeten investeren in de werknemer. 152 Dit recht is van toepassing op alle werknemers, denk hierbij aan cursussen over nieuwe manieren van werken of nieuwe taken.
153 De overheid heeft de taak om een leenstelsel met speciale voorwaarden ter beschikking te stellen aan afgestudeerden. 154 Je leven lang doorleren en het volgen van omscholing is dan voor iedereen mogelijk.
155 Starters op de arbeidsmarkt ervaren een mismatch tussen vraag en aanbod van werknemers. 156 Een tekort aan studenten met een betaprofiel en aan de andere kant een overschot aan studenten met een alfaprofiel is zorgelijk. 157 Het stimuleren van de keuze van bètaprofielen in de onderbouw van het voortgezet onderwijs is noodzakelijk om de roep naar technisch geschoolden op alle niveaus te kunnen opvangen. 158 De Jonge Democraten vinden dat vrijheid in de studiekeuze van aankomende studenten centraal moet blijven staan. 159 Wel moeten er verplichte onafhankelijke bijsluiters beschikbaar komen waarin duidelijk wordt gemaakt welke baankansen er aan een studie verbonden zijn, waarbij zowel wordt gewezen op de resultaten uit het verleden als de prognoses voor de toekomst. 160 Dergelijke informatie moet in het algemeen worden verstrekt aan middelbare scholieren wanneer zij een profiel moeten kiezen. 161 Deze informatie moet ook toegevoegd worden aan onderwijsvoorlichtingsmateriaal.

162 Volledige participatie is niet voor iedereen mogelijk. 163 Dit kan komen door een mismatch tussen vraag en aanbod, arbeidsongeschiktheid of andere barrières. 164 Het is de taak van de overheid om te faciliteren in het oplossen van deze problematiek.
165 Een eerste stap is het vereenvoudigen en combineren van de vele regelingen. 166 Belangrijk hierin is om alle sociale zaken over te hevelen naar dezelfde bestuurslaag. 167 Verkeerde financiële prikkels moeten worden voorkomen, zoals het geval is bij de wajong. 168 Gemeenten worden daarbij gemotiveerd om zo veel mogelijk jongeren als wajong te keuren, omdat dit financieel een stuk aantrekkelijker is dan de bijstand.
169 De bijstand is een belangrijke regeling om bestaanszekerheid te bieden. 170 Bij het implementeren van beleid moet er gedacht worden aan het motto dat werken altijd moet lonen. 171 Een sollicitatieplicht gaat de Jonge Democraten echter te ver. 172 Dat komt niet omdat wij vinden dat solliciteren niet moet, maar doordat het korten op een uitkering als gevolg van het niet voldoen aan een sollicitatieplicht tot onmenselijke en daarmee onwenselijke situaties kan leiden.

173 De Jonge Democraten pleiten voor een hervorming van het Nederlandse pensioenstelsel. 174 Het huidige stelsel is aan vervanging toe omdat het onvoldoende toekomstbestendig is, jongere generaties benadeelt, en weinig ruimte laat tot individuele keuzevrijheid. 175 De voorgestelde hervorming van het pensioenstelsel respecteert de verschillende carrières en voorkeuren van Nederlanders, professionaliseert de fondsen en wendt toekomstige discussies over rekenrentes en generatieconflicten af. 176 En dit alles zonder dat het afbreuk doet aan de voordelen van de huidige drie-pijler structuur en collectiviteit.
177 Het is voor iedereen van belang dat er voldoende gespaard wordt voor de jaren na pensionering. 178 Daarom dient sparen voor aanvullend pensioen voor iedere werknemer verplicht te worden. 179 ZZP'ers vallen ook onder deze spaarverplichting en kunnen dus ook gebruikmaken van de voordelen die een pensioenfonds biedt. 180 De overheid zal één uniforme pensioenpremie vaststellen, waardoor pensioenen niet meer in cao’s zullen voorkomen. 181 Het is voor de Jonge Democraten belangrijk dat werknemers zelf een pensioenfonds kunnen kiezen. 182 Het aantal pensioenfondsen zal door concurrentie en strenge toetredingsregels afnemen, waardoor schaalvoordelen ontstaan. 183 Naast de vrije pensioenfondskeuze kunnen werknemers aangeven welk risicoprofiel ze prefereren. 184 Wanneer een werknemer niet het gewenste risiconiveau doorgeeft, zal het risicoprofiel van de beleggingen automatisch afnemen naarmate de leeftijd van de ingezetene toeneemt. 185 Om er voor te zorgen dat pensioenfondsen de ingelegde premies verantwoord en op lange termijn gericht kunnen beleggen, kunnen deelnemers per drie jaar maximaal één keer van pensioenfonds veranderen. 186 Daarnaast moet er een maximumniveau komen voor kosten per ingelegde euro pensioenpremie, zodat deze maximaal wordt benut ten behoeve van de deelnemer.
187 De Jonge Democraten streven naar een onafhankelijk, professioneel en vakkundig pensioenbestuur. 188 De pensioenfondsen zullen niet meer gerund worden door de vakbonden, maar door het fonds zelf aangesteld bestuur. 189 DNB zal de deskundigheid van de bestuurders grondiger testen alvorens deze een vergunning krijgen en ook toezien op verantwoord financieel beleid.
190 De Jonge Democraten onderschrijven dat er winst behaald kan worden door collectief te beleggen. 191 Echter, iedereen heeft het volledige eigendomsrecht over zijn eigen ingelegde pensioenpremie (individueel kapitaal gedekt). 192 Er worden geen gelden meer onttrokken en er vindt niet langer herverdeling plaats tussen generaties. 193 Ook de doorsneepremie, het procentueel evenveel inleggen maar minder opbouwen door jongeren, wordt afgeschaft door het opbouwpercentage van jongeren evenredig te maken aan de reële waarde van de inleg over tijd.

194 De Jonge Democraten zijn van mening dat ieder huishouden in Nederland recht heeft op een in technisch goede staat verkerende woning. 195 Het beleid van de overheid dient zich te richten op het creëren van een duurzaam en passend woningaanbod dat zowel aan de kwalitatieve als kwantitatieve vraag voldoet. 196 Burgers moeten zoveel mogelijk keuzevrijheid hebben over de plek waar zij zich wensen te vestigen en over het soort woning waarin zij willen wonen. 197 Om deze keuzevrijheid te waarborgen dient de overheid alternatieve vormen van wonen niet te belemmeren. 198 Denk hierbij aan wonen in een woongemeenschap, op een woonboot of in een verplaatsbare woning.
199 De Jonge Democraten streven naar een evenwichtige verdeling wat betreft woningaanbod. 200 Negentig procent van het woningaanbod bestaat uit koop- en sociale huurwoningen. 201 Er is een tekort aan huurwoningen in de vrije sector. 202 De groep die net meer dan de inkomensgrens voor sociale huur verdient komt hierdoor in de problemen. 203 Deze huishoudens hebben vaak een te hoog inkomen voor een sociale huurwoning, maar een te laag inkomen voor een hypotheek of moeilijk toegang tot de vrije sector. 204 Door dit tekort in de vrije huursector wordt doorstroming belemmert en ontstaat er scheefwonen. 205 Dit zijn mensen in een sociale huurwoning die meer verdienen dan de maximale inkomensgrens.
206 De disbalans in het woningaanbod wordt voor een groot deel door de overheid zelf in stand gehouden. 207 Enerzijds wordt aan de hand van de hypotheekrenteaftrek de koopsector kunstmatig ondersteund met tot gevolg een prijsopdrijvend effect. 208 Anderzijds ondersteunt de overheid via huurregulering de sociale huursector. 209 De overheid dient zich daarom terughoudender op te stellen in de koopmarkt en de sociale huursector, ten gunste van de vrije huursector. 210 Om de woningmarkt dusdanig te laten functioneren dat iedereen een passende woning kan vinden, dient er hervormd te worden in alle drie de subsectoren.

211 Een goed functionerende koopmarkt is volgens de Jonge Democraten vooral een stabiele markt waarin woningen waardevast blijven en niet almaar duurder worden. 212 De Jonge Democraten zien de voordelen van het eigen woningbezit, maar willen dit niet koste wat kost stimuleren. 213 De hypotheekrenteaftrek zorgt ervoor dat aflossen van schuld minder voordelig is en werkt prijsopdrijvend. 214 De Jonge Democraten vinden dat aflossen weer de norm moet worden en hekelen het rondpompen van geld.
215 De fiscale aftrek van de hypotheekrente dient dan ook volledig te worden afgeschaft. 216 Het geld dat hierdoor vrijkomt dient te worden gebruikt om de overdrachtsbelasting bij verkoop van een woning te verlagen en het eigenwoningforfait af te schaffen. 217 Om de woningvoorraad versneld te verduurzamen willen de Jonge Democraten deze investeringen wél fiscaal bevoordelen.
218 Om het risico voor degene die de hypotheek aangaat te beperken pleiten de Jonge Democraten op termijn voor een maximale 'Loan to Value' van 90%. 219 Dit betekent dat maximaal 90% van de woningwaarde gefinancierd kan worden met een hypotheek. 220 Dit is alleen realistisch indien er een substantieel groter aanbod is in de vrije huursector.

221 De Jonge Democraten zijn van mening dat het de taak is van de overheid om ervoor te zorgen dat mensen met een laag inkomen of een moeilijke sociale positie van goede huisvesting worden voorzien. 222 Verder stellen de Jonge Democraten voor om het OZB-stelsel te hervormen. 223 Het OZB-tarief is momenteel gepasseerd op de woningwaarde bij verkoop en de grondwaarde is hierin niet meegenomen. 224 De Jonge Democraten pleiten voor een belasting op woningbezit gepasseerd op twee categorieën: de waarde van de woning en de waarde van het perceel waarop deze woning staat. 225 Op locaties met een hoge grondprijs wordt het op deze manier aantrekkelijk om een hogere woningdichtheid te realiseren. 226 Het huidige stelsel, waarin de overheid deze taak delegeert naar woningcorporaties, is hiervoor geschikt. 227 Corporaties hebben veel kennis opgebouwd van haar huurders, de wijken waarin ze actief zijn en de bebouwing die ze beheren.
228 De kerntaak van woningcorporaties is het zorg dragen voor het woningaanbod in de sociale huursector. 229 Wanneer een woningcorporatie te ver van de kerntaak afwijkt moet de overheid kunnen ingrijpen. Corporaties hebben ook een verantwoordelijkheid om de leefbaarheid in wijken met veel sociale huur te verbeteren door samen met de gemeente en maatschappelijke organisaties zoals de verenigingen en buurtinitiatieven de wijk in te richten tot een duurzaam leefklimaat.
230 Om ervoor te zorgen dat woningcorporaties deze taak naar behoren kunnen uitvoeren dienen ze over voldoende financiële middelen te beschikken. 231 De Jonge Democraten vinden daarom dat de verhuurderheffing moet worden afgeschaft, maar zijn geen voorstander van direct financieel ondersteunen.
232 De Jonge Democraten pleiten voor meer mogelijkheden om de bestaande woningvoorraad van corporaties te privatiseren en voor de mogelijkheid van huurders om de sociale huurwoning te kopen. 233 Middelen die hierdoor vrij komen kunnen ten eerste worden ingezet worden om nieuwe sociale huurwoningen te bouwen op plekken waar vraag het grootst is en ten tweede om de huidige woningvoorraad versneld te verduurzamen. 234 Op termijn kan de maximale inkomensgrens waarbinnen huishoudens aanspraken kunnen maken op een corporatiewoning naar beneden indien er voldoende aanbod is in de vrije huursector.

235 Het aandeel huurwoningen in de vrije sector in Nederland is klein, zeker als we dit vergelijken met onze buurlanden. 236 Door het subsidiëren van de koopmarkt met de hypotheekrenteaftrek en het stimuleren van de sociale huursector met de huurtoeslag is het middensegment op de vrije huursector gemarginaliseerd. 237 Een grote vrije huursector is belangrijk voor de doorstroming op de woningmarkt en past in een samenleving waar flexibiliteit steeds noodzakelijker wordt.
238 De Jonge Democraten vinden daarom dat de overheid de bouw van huurwoningen boven de sociale huurgrens moet stimuleren, zodat het voor vastgoedondernemers, pensioenfondsen en institutionele beleggers aantrekkelijker wordt te investeren. 239 Deze partijen moeten worden betrokken bij planontwikkeling. 240 Gemeenten moeten flexibeler omgaan met bestemmingsplannen. 241 Op die manier wordt het makkelijker om woningen te splitsen en woningen te creëren boven winkels en kantoorpanden.

242 De Jonge Democraten vinden het belangrijk dat er voldoende huisvesting is op de plek waar studenten onderwijs genieten. 243 Deze huisvesting dient betaalbaar te zijn zonder huursubsidie en aan te sluiten bij wensen van studenten. 244 Het is daarbij noodzakelijk dat gemeenten in overleg met onderwijsinstellingen voldoende ruimte creëren om studentenhuisvesting te realiseren.
245 De vrije sector zal meer studio’s en 2-kamerappartementen moeten aanbieden als passende startershuisvesting.

246 De derde manier om welvaart te verdelen is de publieke sector. 247 De Jonge Democraten zijn van mening dat het Nederlandse welvaartsniveau een aantal rechten met zich meebrengt. 248 Elke burger heeft recht op gezondheidszorg, ouderenzorg, rechtsbijstand, voldoende middelen om te eten en woonruimte. 249 Het uitgangspunt van de overheid is het creëren van kansen. 250 Daarmee ligt de eerste verantwoordelijkheid voor basisbehoeften bij het individu. 251 Wanneer door externe factoren als ziekte een individu niet meer in staat is voor zichzelf te zorgen, bestaat de collectieve verantwoordelijkheid dit op te vangen. 252 Dit is een belangrijk herverdelingsmechanisme in de Nederlandse economie. 253 Daarnaast stimuleert het de economie doordat het in hoge mate de oorzaak is van de stabiliteit in Nederland. 254 Ook zijn er zaken die op dit moment onderdeel zijn van collectieve regelingen, zoals de verzekering van ouderdomskwalen, die bij een normale levensloop voorvallen. 255 Voor deze zaken dient men, in het licht van zorgkostenbeheersing, onderzoek te doen naar alternatieven in de private verzekeringssfeer.

256 Om het bovenstaande proces te beheersen moet de overheid de rol van marktmeester aannemen. 257 De markt functioneert goed bij een transparant, geloofwaardig, duidelijk en vooral stabiel economisch beleid. 258 De marktmeester heeft een aantal belangrijke kerntaken die zich focussen op financiële stabiliteit en de Euro, een strakke overheidsbegroting, het terugdringen van schuld en een goede beheersing van de markt in zijn geheel.

259 Het financieel beleid is de motor van het Nederlands economisch succes. 260 Zonder stabiliteit geen vertrouwen, geen investeringen en geen groei. 261 Deze stabiliteit is sinds de invoering van de Euro niet meer afhankelijk van Duitsland, maar van de gehele eurozone. 262 Stabiliteit wordt economisch gewaarborgd door een lage inflatie, adequaat overheidshandelen en het tegengaan van excessen.
263 Het monetaire mechanisme ligt in handen van de Eurozone. 264 De euro biedt Nederland veel voordelen. 265 De euro zorgt voor stabiliteit in de regio, heeft de monetaire markt vergroot en transactiekosten tussen Europese landen verlaagd. 266 Nederland zal in de Eurozone vooral moeten pleiten voor stabiliteit. 267 De Jonge Democraten zijn van mening dat deze stabiliteit wordt gewaarborgd door sterke checks and balances op nationale overheidsbegrotingen. 268 Hierbij past een sterke rol van de Europese Commissie, die de mogelijkheid moet hebben om een sanctie op te leggen, omdat de lidstaten niet in staat zijn gebleken om toe te zien op naleving van de afspraken. 269 Daarnaast dient de stabiliteit te worden gewaarborgd door beleid binnen Europese landen op belangrijke terreinen, zoals de vergrijzingproblematiek, naar elkaar toe te laten groeien. 270 Wel moet goed worden gekeken naar de toetredingseisen van nieuwe landen tot de Eurozone. 271 Daardoor dienen nieuwe leden langer aan de toetredingseisen te voldoen. 272 Op deze manier tonen geïnteresseerde nieuwe landen aan dat zij aan de stabiliteit van Euro –en dus Nederland- bij kunnen dragen.
273 Op termijn zal naar een Europese begrotingsunie met een geïntegreerd begrotingsbeleid toegewerkt moeten worden. 274 Een begrotingsunie bevordert convergentie van beleid van lidstaten op belangrijke gebieden als belastingheffing en sociale zekerheid. 275 Voor stabiliteit binnen Europa is het van belang dat de lidstaten op economisch gebied meer naar elkaar toegroeien. 276 De begrotingsunie zal een autoriteit hebben die bevoegdheden heeft om belasting te heffen en geld te lenen. 277 Dit een betere oplossing dan het permanente noodfonds (ESM) om de bereikte Europese integratie te kunnen beschermen tegen crises en effectief toezicht op Europees niveau mogelijk te maken. 278 Een begrotingsunie moet wel het subsidiariteitsbeginsel respecteren en de nodige democratische legitimatie krijgen.

279 Een goed werkend belastingstelsel is noodzakelijk voor het functioneren van de overheid, publieke diensten en de markt. 280 De Jonge Democraten willen een zo simpel en efficiënt mogelijk belastingstelsel. 281 Hierin vinden de Jonge Democraten de volgende uitgangspunten van belang: het efficiëntiebeginsel, het draagkrachtbeginsel, het profijtbeginsel en het principe van de vervuiler betaalt. 282 Belastingprikkels in een stelsel zijn effectief, maar moeten niet te pas en te onpas worden ingezet. 283 Geld rondpompen moet zo veel mogelijk worden voorkomen. 284 Daarom willen de Jonge Democraten aftrekposten en toeslagen beperken. 285 Daar moet een gebruiksvriendelijker en tegelijkertijd robuuster belastingstelsel voor in de plaats komen met minder kans op fouten en fraude. 286 Bovendien vinden de Jonge Democraten dat indien de kosten van het heffen van een belasting hoger liggen dan de opbrengsten van een belasting, er een breed gedragen maatschappelijk nut moet zijn.

287 De Jonge Democraten staan centralisering van de belastinginning voor. 288 Door één organisatie verantwoordelijk te maken, heeft de burger nog contact met slechts één belastinginstantie. 289 Lokale overheden zullen via de nationale belastingdienst hun belastingen moeten gaan heffen waarbij lokaal belastingbeleid mogelijk blijft. 290 Dit maakt het verrekenen van belastingen mogelijk en zorgt voor efficiëntie in de uitvoeringskosten. 291 Belastingzekerheid voor de belastingbetaler moet zo ver mogelijk worden doorgevoerd. 292 Belastingen die jaarlijks veranderen dragen bij aan onzekerheden over belastingen en dienen te worden voorkomen.

293 De Jonge Democraten willen dat de belastingdienst zo transparant mogelijk is, bijvoorbeeld over de belastingdruk en de uitvoeringskosten. 294 De complexiteit van belastingen zou zodanig moeten worden verminderd dat iedereen een goed overzicht heeft van alle regelingen. 295 Het mag niet zo zijn dat een Nederlandse burger te veel belasting betaalt doordat het belastingstelsel te complex is. 296 Een proactieve communicatiestrategie naar de belastingplichtige over mogelijke voordelen kan deze complexiteit verminderen. 297 De belastingdienst heeft veel gevoelige privé-informatie tot zijn beschikking. 298 Met deze informatie moet volgens de Jonge Democraten, met inachtneming van het algemeen en individueel belang, behoudend worden omgegaan. 299 Een privacytoetsing voorafgaand aan de toekenning van nieuwe bevoegdheden is noodzakelijk.

300 De Jonge Democraten streven naar zo veel mogelijk Europese uniformiteit in belastingen en tarieven. 301 Minder stelselverschillen zorgen voor minder belastingontwijking. 302 Voorbeelden waar meer uniformiteit mogelijk is zijn de btw, vennootschapsbelasting en accijnzen. 303 In Europees verband kan er verder gewerkt worden aan vrij verkeer van goederen door het gelijktrekken van de wijze van heffen van wegenbelasting en brandstofaccijnzen.

304 Bovenop de btw zal er een focus moeten komen op het belasten van negatieve maatschappelijke effecten of externaliteiten. 305 Externaliteiten zijn in dit geval de niet-gecompenseerde kosten of geleden schade voor de maatschappij als gevolg van een individuele economische activiteit.

306 De belastingdruk op inkomsten uit vermogen is niet progressief. 307 De Jonge Democraten pleiten daarom voor een progressieve vermogensrendementsheffing met een hoger vrijgesteld vermogen.

308 De Jonge Democraten vinden dat niemand in Nederland in armoede hoeft te leven. 309 Dit betekent dat de overheid moet zorgen voor een bestaansminimum dat voldoende is om in de basisbehoeften te voorzien. 310 Om een armoedeval te voorkomen en werken altijd te laten lonen, pleiten de Jonge Democraten voor een negatieve inkomstenbelasting. 311 Een negatieve inkomstenbelasting wil zeggen dat iemand met een laag inkomen een financiële compensatie krijgt in plaats van aparte toeslagen.

312 Werken moet altijd lonen en daarom streven de Jonge Democraten naar een minder grote belastingdruk op arbeid. 313 De loonschijven zijn een goede basis, maar de spreiding van de schijven is uit balans. 314 Het uiteindelijke doel is lastenverschuiving van arbeid naar vermogen, vervuiling en consumptie.

315 De Jonge Democraten vinden de fiscaal aantrekkelijke behandeling van vreemd vermogen ten opzichte van eigen vermogen ongewenst. 316 Die verschillende behandelingen verleiden particulieren en ondernemers ertoe om hun woning of bedrijf met vreemd vermogen in plaats van eigen vermogen te financieren. 317 Dat veroorzaakt economische instabiliteit en maakt Nederland te gevoelig voor het tij van de wereldeconomie. 318 Wij pleiten er dan ook voor om de fiscale regels voor eigen en vreemd vermogen dichter bij elkaar te brengen.

319 Overheidsbegroting en nationale schuld
320 Een norm op de overheidsbegroting in Europees perspectief is een goede manier om excessieve uitgaven te voorkomen. 321 Problematisch aan een strikte 3%-norm is echter dat het tegen de zalmnorm ingaat en het economisch beleid van de overheid sterk negatief wordt beïnvloed door de economische conjunctuur. 322 Een norm die zich aanpast aan de economische situatie lijkt in theorie een mooie oplossing. 323 In de praktijk kan het er echter voor zorgen dat tekorten onhoudbaar hoog oplopen in slechte economische tijden en vrijwel niemand wil bezuinigen in goede economische tijden. 324 Dit betekent dat overheidsschulden niet worden afbetaald en worden doorgegeven aan volgende generaties. 325 De Jonge Democraten pleiten daarom voor een vaste (3%-) norm, waar in een beperkt aantal situaties van afgeweken mag worden. 326 Er moeten door hervormingen dan echter wel gezonde overheidsfinanciën op lange termijn in het vooruitzicht worden gesteld. 327 Deze vooruitzichten zouden dan door het Europees Parlement gecontroleerd moeten worden.

328 De Jonge Democraten vinden dat gasbaten gebruikt dienen te worden voor langetermijninvesteringen en innovatie voor transitiemogelijkheden. 329 De sociale zekerheid moet onafhankelijk zijn van de inkomsten uit gasbaten en de daarmee gepaard gaande grillen van de energiemarkt. 330 De schade aan de lokale leefomgeving door gaswinning moet ook uit de opbrengsten van de gasbaten bekostigd worden.

331 Een goedwerkende markt is een essentieel onderdeel van de samenleving. 332 Het biedt het bedrijfsleven kansen, de overheid een efficiënte oplossing en de burger voordeel in de vorm van lagere prijzen, verhoogde kwaliteit en meer keuzemogelijkheden. 333 Individuele partijen hebben in hun zoektocht naar het creëren van waarde baat bij het verstoren van de marktsymmetrie. 334 Om het proces goed te laten verlopen is daarom een marktmeester nodig. 335 De overheid dient de rol van marktmeester op zich te nemen. 336 In deze rol dient de overheid zich te focussen op het invoeren van (kwaliteits-) eisen en het toezicht houden hierop, het wegnemen van entree barrières en het wegnemen van informatie asymmetrie door het bevorderen van transparantie. 337 Men dient hierbij nadrukkelijk te waken voor waardevernietiging veroorzaakt door te hoge regeldruk en te letten op de internationale concurrentiepositie van Nederland.

338 De financiële sector verdient extra aandacht, aangezien een crisis in deze sector verstrekkende gevolgen kan hebben. 339 De focus van het beleid dient te liggen op het bieden van zoveel mogelijk vrijheid voor de financiële sector om economische groei niet in de weg te zitten. 340 Daarnaast dient een belangrijk uitgangspunt bij het reguleren van de financiële sector te zijn dat alle risico's bij de instellingen zelf liggen. 341 Regelgeving moet voorkomen dat instellingen 'too big to fail' kunnen worden waardoor de belastingbetaler in tijden van crisis noodgedwongen moet bijspringen.
342 Financiële instellingen opereren internationaal. 343 Daarom moet regelgeving ook op internationaal niveau afgestemd worden. 344 Omdat dit op mondiaal niveau erg lastig is, zal in eerste instantie gestreefd moeten worden naar maximale harmonisatie op Europees niveau. 345 Systeemrisico’s moeten op zowel mondiaal als Europees niveau worden beperkt. 346 Hiertoe dienen de Financial Stability Board (FSB) en het Europees Comité voor Systeemrisico’s (ECSR) meer bevoegdheden te krijgen. 347 Dit zijn onafhankelijke instellingen, die gecontroleerd dienen te worden door respectievelijk nationale overheden en het Europees Parlement. 348 De JD ziet ook het belang in van het beperken van de grootte van banken. 349 Meerdere kleinere banken zijn beter voor de economie en brengen minder systeemrisico’s met zich mee.

350 De Jonge Democraten pleiten voor het invoeren van de liquiditeitseisen uit het Basel III pakket, liefst op mondiaal, maar in ieder geval op Europees niveau. 351 De implementatie moet zo snel mogelijk gebeuren, maar mag de economie geen schade berokkenen. 352 De JD is voorstander van een zorgvuldig afgewogen combinatie van risicogevoelige en risico-ongevoelige kapitaaleisen, in totaal significant hoger dan voor de crisis. 353 Aan de ene kant kunnen risicogevoelige kapitaaleisen banken stimuleren om op innovatieve wijze risico's buiten het zicht van de toezichthouder te houden door te sleutelen met het risicomodel. 354 Aan de andere kant kunnen ook risico-ongevoelige eisen banken aanzetten tot het nemen van onverantwoorde risico's. 355 Als de kapitaaleisen die aan een subprime tophypotheek gesteld worden dezelfde zijn als aan een Zwitserse staatsobligatie, kunnen banken geneigd zijn om alleen voor rendement te gaan en risico uit het oog te verliezen.
356 De toezichthouder zal banken die niet aan de kapitaaleis voldoen dwingen te herkapitaliseren door de uitkering van dividend tijdelijk te beperken en aandelenemissies te verplichten. 357 Een hogere kapitaaleis zorgt voor grotere buffers tegen onverwachte verliezen, vergroot het onderlinge vertrouwen tussen banken, beperkt de impact van domino-effecten en geeft de toezichthouder meer ruimte om in te grijpen als een bank in de problemen komt. 358 Hierdoor zal de stabiliteit van het financiële systeem toenemen en zullen de kosten voor de belastingbetaler afnemen, omdat minder vaak overheidssteun nodig zal zijn en eventuele steun beperkte omvang zal hebben. 359 De maatschappelijke kosten van een hogere kapitaaleis zijn minimaal, wanneer deze gepaard gaat met een zorgvuldige transitieperiode.

360 Het schaduwbankensysteem bestaat uit niet-bancaire financiële instellingen die diensten verlenen die vergelijkbaar zijn met de diensten van banken. 361 Dit systeem is belangrijk voor de economie, omdat het alternatieve manieren van fondsenwerving biedt en zorgt voor meer concurrentie. 362 Het schaduwbankensysteem staat momenteel niet onder toezicht.
363 De Jonge Democraten vinden dat hier verandering in moet komen, omdat het kan uitgroeien tot een gevaar voor de stabiliteit van het financiële systeem. 364 Zij zijn dan ook van mening dat in de toekomst alle systeemrelevante financiële instellingen, zoals grote verzekeraars, hedgefondsen, structured investment vehicles (SIVs) en private equity fondsen gecontroleerd moeten worden om zicht te hebben op de opbouw van risico’s in dit deel van het financiële systeem.

365 Om ervoor te zorgen dat de kans dat de belastingbetaler opdraait voor de kosten als een financiële instelling failleert of kleiner wordt, is de JD voorstander van het invoeren van een verplichte ‘living will’, naast de introductie van een hogere kapitaaleis. 366 Een living will is een financieel testament waarin uiteengezet wordt hoe de instelling zal reageren op crisissituaties en een eventuele liquidatie en hoe daarbij een ontbinding op een gecontroleerde manier zou kunnen geschieden. 367 Hierbij zullen in ernstige gevallen obligatiehouders verliezen moeten accepteren. 368 Indien uit de living will blijkt dat de ontmanteling van een instelling leidt tot (te) hoge maatschappelijke kosten, kan de toezichthouder op basis van de versterkte informatie uit het plan besluiten om bepaalde structurele wijzigingen bij de instelling af te dwingen.
369 Als maatregelen om de belemmering van de publieke garanties op het betaal- en spaargeld voor failliet gaan van slecht functionerende banken weg te nemen niet het gewenste effect hebben, dienen banken met significante op de korte termijn gerichte handelsactiviteiten ("trading") deze af te stoten. 370 Dit biedt de mogelijkheid tot het vormen van een gereguleerde commerciële bankensector onder bescherming van de overheid, die de deposito- en leen- en betaaldiensten aanbiedt en een lichter gereguleerde sector van banken met risicovolle tradingactiviteiten zonder overheidsbescherming. 371 Op deze wijze kunnen ‘too big to fail’ risico’s weggenomen worden.

372 De JD vindt het van groot belang dat het toezicht op grote Europese financiële instellingen op Europees niveau plaatsvindt en er één regelboek voor de Europese financiële markt komt. 373 Dit om conflicten tussen toezichthouders uit verschillende lidstaten te voorkomen en een level playing field te waarborgen. 374 Hiertoe dienen naast de ECSR de Europese Toezichthoudende Autoriteiten (ETA’s) bindende bevoegdheden tekrijgen. 375 Zij zullen gecontroleerd worden door het Europees Parlement. 376 De EU zal met sterkere ETA’s ook beter in staat zijn adequaat te reageren op een financiële crisis. 377 De Jonge Democraten zijn voorstander van het opzetten van een Europese bankenunie met gecentraliseerd toezicht, gezamenlijke bekostiging van hulp aan noodlijdende banken door lidstaten en een gezamenlijk garantiestelsel. 378 De JD pleit voor een dekking tot 30.000 euro. 379 De invoering van een bankenunie is van belang om effectief toezicht op internationaal opererende banken en tijdige signalering van problemen mogelijk te maken. 380 De Europese Centrale Bank (ECB) zal samen met de Europese Banken Autoriteit (EBA) het toezicht op de grote Europese banken (met een balanstotaal van boven de 30 miljard euro) en in ieder geval het toezicht op de systeemrelevante banken van iedere lidstaat op zich nemen. 381 Het toezicht op kleinere banken zal in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel voor rekening van de nationale toezichthouders komen, omdat die de financiële sector in hun land het beste kennen en al de middelen ter plaatse hebben om deze taak uit te voeren. 382 De ECB zal wel kunnen ingrijpen als het bij één van de kleinere banken mis gaat. 383 Grote ingrepen zullen de instemming van een meerderheid van de lidstaten vereisen.

384 Op termijn zal naar een Europese begrotingsunie toegewerkt moeten worden, met een autoriteit die bevoegdheden heeft om belasting te heffen en geld te lenen. 385 Dit is nodig als betere oplossing dan het permanente noodfonds (ESM) om de bereikte Europese integratie te kunnen beschermen tegen crises, een effectieve bankenunie mogelijk te maken en de bevoegdheden van de ETA’s en ECSR te kunnen uitbreiden. 386 Een begrotingsunie zal wel de nodige democratische legitimatie moeten krijgen.

387 Kredietbeoordelaars geven een mening over kredietwaardigheid, die goed of slecht kan uitpakken, en waar altijd een disclaimer bij hoort die aangeeft wat eventuele tegengestelde belangen van de beoordelaar zijn. 388 Maar uiteindelijk ligt de verantwoordelijkheid voor investeringsbeslissingen op basis van kredietbeoordelingen bij degenen die op basis van de mening van één partij hun geld op het spel durven zetten. 389 Waar dit professionele partijen betreft zoals verzekeraars en pensioenfondsen, die vaak contractueel vastleggen dat kredietbeoordelingen gevolgd moeten worden, moet het toezicht daarop ingrijpen.
390 Er is gebleken dat bonussen een bedreiging kunnen vormen voor de stabiliteit van het financiële systeem. 391 De JD pleit voor bonusbeleid dat is gericht op langetermijnresultaten: bonussen dienen berekend en uitbetaald te worden over een langere periode.

392 De Jonge Democraten richten hun economisch beleid actief op Innovatie, Onderwijs, Ondernemerschap en Arbeidsproductiviteit. 393 De welvaartscreatie die hieruit volgt wordt voornamelijk verdeeld in de arbeidsmarkt, de woningmarkt en enkele publieke sectoren. 394 De overheid dient in dit proces de rol van marktmeester aan te nemen en op te treden als facilitator voor het bedrijfsleven. 395 De economie is ten slotte gebaat bij een overheid die een stabiel monetair beleid voert en kansen mogelijk maakt.?

» Ga terug naar de politieke site