Een liberale samenleving vereist individuen die overwogen keuzes kunnen maken. De Jonge Democraten beschouwen zelfontplooiing van het individu daarom als één van de belangrijkste doelstellingen van het overheidsbeleid. Onderwijs en wetenschap zijn de breedste en meest diepgaande middelen waarmee hier direct en indirect naar gestreefd kan worden. Ze zijn kleurrijk en grenzeloos, zorgen voor innovatie en welvaart en zijn de sleutel tot vooruitgang. Ze laten mensen kennismaken met een keur aan perspectieven op de werkelijkheid, om hen zo in staat te stellen zich onafhankelijk te ontwikkelen. Ook fungeren onderwijs en wetenschap als middelen om te voorzien in maatschappelijke en economische behoeftes. Effectief, faciliterend en lange-termijn gericht onderwijs- en wetenschapsbeleid zijn hierom dan ook cruciaal.

Gelijkwaardigheid is een kernwaarde waar de Jonge Democraten zich mee identificeren. Het Nederlandse onderwijs moet daarop gebaseerd zijn. 10 Ook staat het individu centraal: niemand is gemiddeld. 11 Een onderwijssysteem dat daar wel vanuit gaat is statisch en kan beperkend zijn voor de ontwikkeling van jongeren. 12 Het meeste rendement wordt gehaald uit een onderwijssysteem dat maatwerk levert aan elke leerling of student, van kleuter tot volwassene. 13 Een onderwijssysteem moet zich aanpassen aan de leerling; niet de leerling aan het systeem. 14 Dit houdt in dat de individuele ontwikkeling en de daarbij horende behoeften van leerlingen bepalend zijn voor onder andere de vakken die de leerling kiest en het niveau waarop deze vakken gevolgd worden. 15 Dat iemand bijvoorbeeld minder goed is in wiskunde betekent niet dat diegene geen talen op een hoger niveau kan volgen. 16 Dat betekent ook dat klassen niet meer dan twintig leerlingen mogen hebben om iedere leerling de aandacht te geven die hij of zij verdient. 17 Ook moet talent gestimuleerd worden door het kunnen bieden van extra uitdaging. 18 Om het nodige maatwerk te kunnen leveren, moeten scholen en docenten uiteraard voldoende middelen tot hun beschikking hebben. 19 Daarvoor zijn structureel ruime investeringen vanuit de overheid nodig.
20 De Jonge Democraten pleiten voor zo veel mogelijk inhoudelijke en organisatorische vrijheid voor en vertrouwen in scholen en docenten. 21 De overheid moet slechts een kader van basiskennis en -vaardigheden opstellen dat scholen verder zelf kunnen invullen. 22 Een dergelijk kader is van belang om alle leerlingen onderwijs van eenzelfde basiskwaliteit te verzekeren. 23 Onderwijs dient jongeren de mogelijkheid te bieden zich zonder belemmeringen als individu te ontplooien, waarvoor een breed pallet aan kennis en vaardigheden nodig is. 24 De precieze formulering van deze randvoorwaarden moet in nauw overleg met het onderwijsveld tot stand komen, waarbij de veranderende aard van de samenleving waarop leerlingen worden voorbereid constant in acht wordt genomen. 25 Deze vrijheid zorgt er mede voor dat hervormingen die leiden tot vooruitgang in het onderwijsveld vlot doorgevoerd kunnen worden. 26 Zo zouden scholen bijvoorbeeld niveaus kunnen combineren, extra vakken kunnen aanbieden en samen kunnen werken met elkaar en maatschappelijke instanties. 27 Hierbij blijft waarborging van de kwaliteit van het onderwijs de prioriteit: aan het opgestelde kader van de basisvakken moet worden voldaan en leerlingen leggen een centraal eindexamen af.
28 De Jonge Democraten vinden het van groot belang voor de moderne maatschappij dat individuen zich constant kunnen blijven ontwikkelen en bijscholen door onderwijs te volgen, op welke leeftijd dan ook. 29 Alleen zo kunnen zij zich staande houden op de hedendaagse arbeidsmarkt en nieuwe ontwikkelingen bijhouden. 30 Onderwijs moet daarom financieel toegankelijk zijn voor volwassenen. 31 Werkgevers hebben een rol in het stimuleren van bijscholing van hun werknemers.

32 Onderwijs staat of valt met de kwaliteit van docenten. 33 Het leraarschap moet aantrekkelijk zijn, onder andere door een passend salaris, proportionele werkdruk en goede begeleiding in de eerste jaren. 34 Docentenopleidingen van hoog niveau zijn noodzakelijk, zodat de kwaliteit van docenten gewaarborgd blijft. 35 Om in de praktijk de beste mensen op de juiste plek te krijgen, moet zorgvuldige selectie in de docentenopleidingen plaatsvinden. 36 Een goede balans tussen inhoudelijke kennis en didactische en pedagogische vaardigheden is daarnaast van groot belang. 37 Door docentenopleidingen ruimte te bieden bij de precieze invulling van de opleiding kan deze balans op basis van individuele behoeften van docenten in opleiding worden gegarandeerd. 38 Zo is er ruimte voor zowel mensen met een meer didactische achtergrond als voor mensen met een meer academische basis in een specifiek vakgebied.
39 Ook moet instroming naar docentenopleidingen gestimuleerd worden voor mensen met werkervaring in andere sectoren, zoals het bedrijfsleven; met hun kennis en ervaring kunnen zij een positief effect hebben op collega’s en het algehele doceerproces.
40 Om effectiviteit, daadkracht en medezeggenschap te bevorderen, pleiten de Jonge Democraten voor een onderwijssysteem met slechts de meest noodzakelijke bestuurslagen. 41 De afstand tussen de overheid en de docent moet zo klein mogelijk zijn; docenten moeten de kans hebben invloed uit te oefenen op besluitvorming en uitvoering van beleid. 42 Doorstroom vanuit het onderwijsveld naar de bestuurslaag moet gestimuleerd worden om zoveel mogelijk vakkennis op bestuurlijk niveau te krijgen.
43 Horizontale transparantie en inspraak van leerlingen, studenten en docenten vervullen een cruciale rol in hun betrokkenheid bij besluitvorming en bestuur op instellingsniveau. 44 Transparante communicatie over de kwaliteit van onderwijs bevordert de kwaliteitszorg en medezeggenschap. 45 Meer rechten en plichten van de medezeggenschapsraad moeten samen gaan met sterke inspraak die wordt gewaarborgd door scholing en contact met de achterban.

46 Onderwijs moet leerlingen en studenten voorbereiden op de samenleving waarin zij participeren. 47 Volgens de Jonge Democraten zijn een aantal dingen hierbij onmisbaar.
48 Ten eerste digitalisering, de digitalisering heeft de laatste jaren en zal naar verwachting ook de komende jaren een steeds belangrijkere rol in ons dagelijks leven gaan vervullen. 49 Het is dan ook van belang dat hier in het onderwijs aandacht aan wordt besteed. 50 Volgens de Jonge Democraten moeten leerlingen al op jonge leeftijd ‘digiwijs’ gemaakt worden. 51 Onderdelen zoals computervaardigheden, het herkennen van digitale gevaren en de basisbeginselen van het computerprogrammeren zouden dan ook opgenomen moeten worden in het curriculum van het primair en voortgezet onderwijs.
52 Daarnaast zijn de Jonge Democraten van mening dat het onderwijs met zijn tijd mee moet gaan. 53 De JD staat dan ook open voor digitale innovatie in het onderwijs. 54 Wel is de JD van mening dat deze digitale (hulp)middelen te alle tijden een hulpmiddel moeten blijven en dat het gebruik hiervan niet ten koste mag gaan van de kwaliteit van het onderwijs.
55 Bij toekomstgericht onderwijs hoort ook aandacht voor Nederland en Europa als onderdeel van de wereld. 56 Daarbij is aandacht nodig voor vreemde talen en andere culturen, leefwijzen en perspectieven zodat jongeren een breed wereldbeeld ontwikkelen. 57 De Jonge Democraten zijn tegen onderwijs waar geen ruimte is voor levensbeschouwelijke diversiteit. 58 Diversiteit aan onderwijs op grond van onderwijskundige inslag is wel wenselijk. 59 Ook is het van belang dat in het onderwijs aandacht wordt besteed aan de pluriformiteit aan levensbeschouwelijke opvattingen in de samenleving, zodat jongeren leren waar verschillende waarden en opvattingen vandaan kunnen komen. 60 De Jonge Democraten pleiten er dan ook voor om alle scholen te verplichten om encyclopedisch onderwijs over de meest vooraanstaande religies, levensbeschouwingen en filosofische stromingen in het verplichte curriculum op te nemen.
61 Om leerlingen optimaal voor te bereiden is het daarnaast van belang dat zaken als innovatief en kritisch denken, creativiteit, communicatievaardigheden en ondernemerschap waar mogelijk worden gestimuleerd in de algehele ontwikkeling van kinderen. 62 Concreet kan hierbij gedacht worden aan onder andere kunst- en cultuuronderwijs en aandacht voor het ontwikkelen van verantwoordelijk consumentengedrag.
63 Sport draagt bij aan de sociaal-emotionele en cognitieve ontwikkeling van kinderen en hun kennis over gezondheid. 64 Ook spelen scholen een rol in het aanmoedigen van kinderen om te sporten. 65 Samenwerking tussen scholen en lokale sportverenigingen kan gestimuleerd worden om onder andere optimale benutting van faciliteiten en mogelijke doorstroom vanuit gymles naar sportvereniging mogelijk te maken. 66 Naschoolse kennismaking met sport moet mogelijk worden gemaakt door meerdere partners (scholen, verenigingen, naschoolse opvang, overheid, et cetera) samen te laten werken, bijvoorbeeld in de vorm van een Brede School.

67 In Nederland volgen veel leerlingen en studenten een praktijkgerichte opleiding, dit komt voor op verschillende niveaus. 68 De Jonge Democraten zijn voorstander van dergelijke opleidingen. 69 De opleidingsinstituten moeten tijdens het samenstellen van de curricula rekening houden met het beroepsveld waar de leerling of student in terecht komt. 70 Vanuit de overheid verplichte onderdelen moeten differentiëren op dergelijke beroepsvelden. 71 In de eerste fase zal er een basis worden aangeleerd, in de tweede fase zal worden gedifferentieerd naar het beroepsveld. 72 Dat resulteert ook in gedifferentieerde eindexamens.
73 Bij praktijkgerichte opleidingen horen stages. 74 Bedrijven en instituten die stages
75 aanbieden, moeten toetsing doorstaan als ze stagiairs willen aannemen. 76 Alvorens deze toetsing wordt afgenomen, zal er een intensieve samenwerking moeten plaatsvinden tussen het opleidingsinstituut en de aanbieder van de toekomstige stageplek. 77 De inhoud van de stage moet goed aansluiten bij het curriculum van de stagiair. 78 Daarnaast moet de stagiair een passende beloning krijgen voor het werk dat geleverd wordt. 79 De beloning moet worden uitgereikt door degene die de stageplek aanbiedt.

80 Toetsing is een onderdeel van onderwijs, maar mag nooit het doel zijn. 81 Onderwijsinstellingen en vooral docenten moeten toetsing als middel kunnen inzetten om de ontwikkeling van hun leerlingen en studenten te volgen. 82 Voor de overheid is toetsing een manier om te controleren of aan het gestelde basiskader voldaan is. 83 Op het moment dat er overvloedig getoetst wordt, doet dit af aan het algemene scholingsproces en de ontwikkeling van een leerling of student, omdat de focus verschuift van het leerproces naar het leerresultaat.
84 Ook op dit gebied is vrijheid en vertrouwen nodig; toetsing op een ander moment of meer gespreide toetsing moet bijvoorbeeld mogelijk zijn.
85 Toetsing dient te allen tijde van de hoogst mogelijke kwaliteit te zijn, waarbij niet alleen het getoetste, maar ook de toetsvorm aansluit bij de stof.
86 Resultaten van toetsen mogen niet als enige doorslaggevend zijn in de toelating tot een (vervolg)opleiding. 87 Vervolgopleidingen dienen toekomstige studenten goed voor te lichten en streng, maar zorgvuldig te selecteren op geschiktheid voor de studie. 88 Deze selectie moet uitgebreid en niet uitsluitend op basis van cijfers gebeuren. 89 Een grote focus op cognitie, motivatie en talent en een minder grote focus op reeds behaalde resultaten zijn hierbij van belang. 90 Per studie moet echter worden bekeken wat de meest geschikte selectiecriteria zijn. 91 Dit zorgt ervoor dat studenten zoveel mogelijk terechtkomen bij de opleiding die bij hen past. 92 Zowel studenten als opleidingen hebben hier baat bij. 93 Een harde eis hierbij is dat voor iedereen, en te allen tijde enige vorm van onderwijs toegankelijk is.
94 Onderwijsinstellingen moeten hun leerlingen volledig, uitgebreid en eerlijk voorlichten over vervolgopleidingen en bijbehorende carrièremogelijkheiden om zo veel mogelijk te voorkomen dat verkeerde keuzes worden gemaakt. 95 De overheid moet de onderwijsinstellingen hierin faciliteren.

96 De overheid dient zich zo veel mogelijk op de achtergrond te houden wat betreft de concrete invulling van het curriculum. 97 Een kader waarin een noodzakelijke basis wordt vastgesteld is nodig om de kwaliteit en volledigheid van het onderwijs te kunnen waarborgen, maar verder moeten docenten en scholen de vrijheid genieten hun onderwijs naar eigen inzicht in te vullen.
98 Om iedereen gelijke kansen te kunnen bieden is financiële toegankelijkheid van het onderwijs cruciaal. 99 Ruimhartige financiering is nodig, maar dit moet op een zorgvuldige manier plaatsvinden. 100 Perverse prikkels als het subsidiëren van instellingen per student of diploma zijn kwalijk voor de onderwijskwaliteit en moeten worden vermeden. 101 Naast gemeenschapsgeld zijn particuliere investeringen welkom, mits ze aan strenge voorwaarden voldoen. 102 Onvolledige transparantie en belangenverstrengeling zijn uit den boze. 103 Dit betekent dat openbare onderwijsinstellingen nooit volledig particulier gefinancierd kunnen worden en constant verantwoording af moeten leggen.
104 Naast investeringen van overheid en particulieren vinden de Jonge Democraten dat ook een proportionele investering van studenten zelf in hun opleiding verwacht kan worden. 105 Een prijskaartje mag echter nooit een reden zijn om af te zien van een opleiding en de overheid moet streng toezien op toegankelijkheid.

106 De wetenschap is een sector die van onmisbare waarde is gebleken en de wereld herhaaldelijk positief heeft doen veranderen. 107 De waarde van wetenschap neemt veel verschillende vormen aan. 108 Zo leidt wetenschappelijke vooruitgang vaak tot maatschappelijke vooruitgang en heeft het een toenemende invloed op de samenleving. 109 Haar verantwoordelijkheden zijn dan ook groot. 110 Van publieke en private kennisinstellingen wordt gevraagd excellent onderzoek, onderwijs en kennisvalorisatie te leveren. 111 Een faciliterend beleid dat ruimte biedt aan een sector met grote zelfregulerende capaciteiten is van belang om deze verantwoordelijkheden waar te kunnen maken.

112 Voor de wetenschapssector moeten genoeg vrijheid en middelen beschikbaar zijn om onafhankelijke ontwikkeling mogelijk te maken. 113 Alleen dan ontstaat innovatie - en daarmee welvaart - die op lange termijn standhoudt. 114 Nieuwsgierigheid en creativiteit moeten de stuwende krachten zijn in wetenschappelijk onderzoek, maar om maatschappelijke relevantie te waarborgen kan (kennis)behoefte een sturende rol spelen. 115 Het is de taak van de overheid om er met ruime investeringen voor te zorgen dat zo min mogelijk financiële belemmeringen bestaan voor onderzoek en innovatie.

116 Exploitatie van economisch interessante vindingen leidt tot welvaart en welzijn. 117 Een te grote nadruk op toegepaste wetenschap kan echter nadelige gevolgen hebben voor fundamenteel onderzoek en wetenschappelijke onafhankelijkheid.
118 De Jonge Democraten pleiten voor een zo groot mogelijke inhoudelijke vrijheid van de wetenschap ten opzichte van het bedrijfsleven. 119 Omdat voor de aanpak van maatschappelijke problemen een veelomvattende wetenschap nodig is, moet de thematische en generieke sturing vanuit de overheid of het bedrijfsleven breed blijven. 120 Sturing op maatschappelijke aansluiting is wel aan te moedigen. 121 Het blijft echter aan onderzoekers om te bepalen waar zij hun onderzoek op richten.
122 Een hoge prioriteit van de wetenschappelijke sector moet liggen bij integriteit. 123 Perverse prikkels en overmatige sturing van commerciële partijen moeten worden vermeden en een zorgvuldige aanpak van fraude (onder andere door middel van een klachtenregeling) moet worden nagestreefd.
124 Daarnaast moet in het Bachelor- en Masteronderwijs voldoende aandacht besteed worden aan vraagstukken rondom wetenschappelijke integriteit, zodat jonge academici hiermee vertrouwd raken en dit een integraal onderdeel wordt van hun wetenschapsoefening.
125 Bij een te sterke nadruk op kennisvalorisatie kan het gevaar optreden dat onderwerpen in de meer fundamentele hoek van de wetenschap onderbelicht raken, omdat dergelijke onderwerpen niet direct winstgevend lijken. 126 De Jonge Democraten benadrukken echter dat dit soort projecten juist op lange termijn erg belangrijk kunnen blijken. 127 Een gezonde balans tussen fundamenteel en toegepast onderzoek is essentieel.
128 Het bedrijfsleven is vooral toegespitst op toegepaste projecten, die vaak op korte termijn winstgevend zijn. 129 Zorgvuldige investeringen in R&D (Research & Developement) kunnen eraan bijdragen onnodige afhankelijkheid van het bedrijfsleven ten opzichte van (publieke) wetenschapsinstellingen te beperken.

130 De wetenschap is bij uitstek een sector waarin investeringen zich vaak pas op langere termijn terugbetalen of zelfs niet duidelijk in de maatschappij terug te zijn te zien. 131 Opbrengsten zijn vooral op macro-economisch niveau vaak omvangrijk en vertakt, waardoor het lastig kan zijn het lange-termijnrendement van kennisinvesteringen precies aan te tonen.
132 Omdat een groot deel van de wetenschap publiek gefinancierd is, pleiten de Jonge Democraten ervoor dat de opbrengsten van publieke kennisinvesteringen te allen tijde zo zichtbaar mogelijk worden gemaakt door overheidsinstellingen als het Centraal Planbureau. 133 Met dat inzicht wordt niet alleen duidelijker wat de economische invloed van wetenschap is, maar ook welke investeringen nodig zijn op welke plek.
134 De Jonge Democraten achten het daarom noodzakelijk dat de maatschappelijke zichtbaarheid van wetenschap bevorderd wordt. 135 Naast consequent het debat aan te gaan, binnen en buiten de universiteit, moeten verschillende vormen van laagdrempelige communicatie in het onderwijs of populaire media mogelijk gemaakt worden door universiteiten en andere financiële instellingen. 136 Wel moet hierbij in achting worden genomen dat het takenpakket van wetenschappelijk personeel veelal erg divers is en vaak bestaat uit onderwijs, onderzoek en bestuurlijke werkzaamheden. 137 Universiteiten moeten er daarom voor zorgen dat deze met toevoeging van maatschappelijke taken niet te hoog oploopt en beleid ontwikkelen die meer variatie en een balans in deze werkzaamheden toestaat.

138 Innovatie en nieuwe ideeën kunnen gestimuleerd worden wanneer resultaten van onderzoek gemakkelijk te raadplegen zijn. 139 Gratis datatoegang (Open Access) en hoge transparantie moeten daarom streefwaarden zijn in een wereld waar informatie-overdracht en dataverkeer een steeds belangrijker rol spelen.
140 Hiernaast is het van belang dat wetenschappers (en studenten) samenwerkingsverbanden aangaan en dat concurrentieposities geen belemmerende maar een stimulerende werking hebben. 141 Daarvoor is inzicht in elkaars werk nodig en kan Open Access een grote rol spelen. 142 Ook bevordert Open Access de zichtbaarheid van wetenschap in de maatschappij en maakt het praktische toepassingen van wetenschappelijk onderzoek mogelijk op een manier die niet afdoet aan de vrijheid van de wetenschap.

143 Het is van belang te hoge werkdruk van wetenschappelijk personeel waar mogelijk te vermijden en te bestrijden. 144 Hierdoor wordt onder andere meer jong talent aangetrokken in de wetenschappelijke sector. 145 Publicatie- en prestatiedruk mogen geen afschrikkende factoren zijn voor studenten om een promotietraject te kiezen. 146 Daarnaast kan deze kwantiteitsdruk afdoen aan de kwaliteit en breedheid van onderzoek. 147 De kwantiteit van publicaties mag geen beoordelingscriterium zijn van onderzoeksevaluaties. 148 Criteria waarop wel beoordeeld moet worden zijn onder andere wetenschappelijke kwaliteit en toekomstbestendigheid en kan het best worden uitgevoerd middels peer review.
149 Een sterke link tussen onderwijs en onderzoek is van groot belang. 150 Deze begint al vanaf een jonge leeftijd: kinderen moeten gestimuleerd worden zich nieuwsgierigheid, creativiteit en een onderzoekende houding eigen te maken, waardoor ze in een later stadium snel thuis zijn in een academische omgeving. 151 Ook is het belangrijk PhD-studenten en beginnende onderzoekers goede begeleiding en voorlichting te bieden.

152 Door toenemende globalisering en de complexe, mondiale uitdagingen die daarmee gepaard gaan, is het meer dan nodig dat internationale samenwerkingsverbanden ten volste worden benut en gestimuleerd. 153 Daarnaast moeten Europese en mondiale uitwisselingsprojecten mogelijk en toegankelijk zijn. 154 Het delen van kennis moet een speerpunt zijn van onderzoekers en overheden zodat vraagstukken als klimaatverandering, immigratie en oorlog in internationale samenwerkingsverbanden kunnen worden aangepakt.
155 Deze internationalisering is ook van invloed op de concurrentiepositie van Nederland in de wereld. 156 Deze kan worden bevorderd door talent en expertise ruimte te bieden en te investeren in onderwijs en wetenschap, zodat organisaties en bedrijven zich in Nederland gaan vestigen.

157 Met een passend, flexibel en kwalitatief hoogwaardig onderwijssysteem, de allerbeste docenten voor de klas en brede extracurriculaire ontwikkelingsmogelijkheden als speerpunten dragen de Jonge Democraten een visie uit waarin elk kind dezelfde kansen gegeven wordt om succesvol te worden; op welke manier hij of zij dat woord dan ook interpreteert. 158 Het aantrekken van jong talent naar de academische wereld, wetenschappelijke vrijheid en het nastreven van nationale en internationale samenwerkingsverbanden zijn daarnaast de streefwaarden waarmee Nederland over de lange termijn toekomstbestendig gemaakt kan worden.?

» Ga terug naar de politieke site