Veiligheid is een groot goed. Want zonder veiligheid is vrijheid ondenkbaar. Uit de misdaadcijfers blijkt dat Nederland gelukkig steeds veiliger wordt. Deze veiligheid moet worden gewaarborgd en waar nodig, verbeterd. Er zijn nog steeds te veel mensen die zich in meer of mindere mate onveilig voelen. En daarmee, onvrij. Terwijl iedereen zich moet kunnen ontplooien op zijn eigen manier. De overheid moet daarvoor de nodige kaders scheppen. Kaders waarbinnen een ieder de vrijheid heeft om zich te ontwikkelen. 10 Omdat zonder vrijheid onveiligheid heerst.
11 De Jonge Democraten zien geen heil in een veiligheidsbeleid dat sterk is gericht op repressie en vergelding. 12 Om de samenleving veiliger te maken, moet meer worden ingezet op preventie in plaats van repressie. 13 Het harder straffen van criminelen door middel van de invoering van minimumstraffen heeft geen positieve invloed op de veiligheid. 14 Behandeling van draaideurcriminelen wel. 15 Jongeren moeten waar nodig worden aangepakt en begeleid, zodat ze niet (verder) afglijden in een crimineel milieu. 16 Allochtonen mogen niet het risico lopen te worden uitgezet als ze een strafbaar feit plegen, maar moeten gestimuleerd worden te participeren aan de samenleving.
17 Minder overheid is niet altijd beter als het gaat om veiligheid. 18 Politie en justitie spelen een belangrijke rol bij het garanderen van vrijheid door het creëren van veiligheid. 19 De Jonge Democraten geloven in een kleine, maar wel een krachtige overheid. 20 Er moet dan ook niet bezuinigd worden op deze onderdelen. 21 De politie moet meer de straat op. 22 De pakkans moet worden verhoogd en strafzaken moeten sneller worden afgedaan. 23 Maar een krachtige overheid moet niet een betuttelende overheid zijn. 24 Wanneer volksgezondheidsrisico’s beperkt zijn, past het de overheid dan ook niet om haar burgers te verbieden om genotsmiddelen te gebruiken. 25 Verder zien de Jonge Democraten een rol weggelegd voor bestuurlijke instanties en private ondernemingen om een bijdrage te leveren aan de veiligheid.
26 De afgelopen jaren heeft de bevolking steeds meer gegevens af moeten staan aan de overheid in het kader van de veiligheid. 27 Deze tendens moet een halt toe worden geroepen. 28 Het opslaan van gegevens brengt ook gevaren met zich mee. 29 Hier moet daarom zorgvuldig mee om worden gegaan. ‘Privacy by design’ en proportionaliteit moeten voorop staan als het gaat om gegevensverzameling.

30 Politie en de rechterlijke macht spelen een sleutelrol in een veilige samenleving. 31 Er moet dan ook niet worden bezuinigd op de capaciteit van deze organisaties. 32 De politie moet meer de straat op, de pakkans moet worden vergroot en delicten moeten snel worden vervolgd. 33 Bij de opsporing en vervolging moet meer gebruik worden gemaakt van de expertise van organisaties, als de Belastingdienst, Landelijk Bureau BIBOB en gemeenten. 34 Met de huidige capaciteit, kunnen echter niet alle vormen van criminaliteit worden opgespoord en vervolgd. 35 Er moeten daarom prioriteiten gesteld worden.

36 De vraag is nu, waar liggen dan die prioriteiten? Buiten twijfel staat dat strafbare feiten die een ernstige inbreuk maken op de persoonlijke integriteit van mensen, zoals ernstige geweld- en zedendelicten, voortvarend opgespoord en vervolgd dienen te worden. 37 Daarnaast moet er prioriteit worden gegeven aan de vervolging van de volgende specifieke vormen van criminaliteit.

38 Steeds vaker wordt er geweld gebruikt tegen agenten en werknemers met overige publieke taken, zoals ambulancepersoneel, buschauffeurs en conducteurs. 39 Deze personen moeten, in het belang van de bescherming van de openbare orde, hun werk ongestoord kunnen doen. 40 De overheid heeft als taak werknemers in een (semi-)publieke functie te beschermen. 41 Daarnaast moet de overheid een signaal af geven dat geweld tegenover haar werknemers ontoelaatbaar is.

42 Hetzelfde geldt voor geweld tegen minderheden. 43 Met enige regelmaat worden mensen weggepest uit hun woonwijk, omdat ze bijvoorbeeld homo zijn. 44 De Jonge Democraten vinden dat minderheden in alle vrijheid voor hun geloof, seksuele voorkeur etc. uit moeten kunnen komen. 45 Als zij daarin door anderen worden belemmerd, moet dat hard worden aangepakt. 46 Dit is een taak van de politie, maar ook de gemeenten en de woningbouwverenigingen kunnen in deze een belangrijke taak hebben. 47 Er moet te allen tijde voorkomen worden dat de slachtoffers moeten verhuizen.

48 Fraude is geen zichtbare vorm van criminaliteit, maar kan de samenleving wel ernstig ontwrichten. 49 Dit is een bedreiging van de integriteit van de financiële markten en de economie in zijn geheel. 50 Het is daarom van belang dat fraude actief wordt opgespoord. 51 Dit vereist echter wel specifieke kennis. 52 Er moet daarom meer aandacht komen voor de opleiding van personeel bij politie en justitie. 53 Het door middel van de frauduleuze handelingen verkregen voordeel moet met behulp van de ‘pluk-ze’-wetgeving worden ontnomen.

54 Door de sterke opkomst van het internet worden steeds meer delicten gepleegd met behulp van een computer. 55 Er wordt met deze vorm van criminaliteit erg veel geld verdiend. 56 Daarnaast is het mogelijk om door middel van een computernetwerk de samenleving (deels) plat te leggen.
57 Aangezien het hier om een relatief nieuw fenomeen gaat, is het ook hier van belang dat medewerkers van de politie en de rechterlijke macht goed worden opgeleid. 58 Bovendien moeten er veiligheidseisen gesteld worden aan websites waarop vertrouwelijke informatie wordt gedeeld.

59 Mensenhandel is een zeer ernstige schending van de mensenrechten. 60 Er moet prioriteit worden gegeven aan het bestrijden van de verschillende vormen van mensenhandel, bijvoorbeeld seksuele en economische uitbuiting. 61 Naast het opsporen en straffen van de daders, ligt de prioriteit bij preventie, zowel in nationaal als internationaal verband, en aan de begeleiding en opvang van (illegale) slachtoffers.

62 (Hard-)drugs zijn een belangrijke oorzaak van gezondheidsproblematiek. 63 Daarnaast vormen drugs een bron van criminaliteit en overlast. 64 Het is gebleken dat het voeren van een repressiebeleid het gebruik van drugs kan voorkomen, maar wel een negatief effect heeft op het bieden van voorlichting en medische zorg aan drugsgebruikers. 65 Bovendien is de bestrijding van drugs een grote financiële belasting voor politie en justitie. 66 De Jonge Democraten pleiten voor legalisering en regulering van zowel hard- als softdrugs als minst slechte oplossing om de drugsproblematiek zoveel mogelijk te beperken.

67 Door legalisering en regulering kan de kwaliteit van drugs beter gewaarborgd worden en kunnen gebruikers beter voorgelicht worden over de risico’s van het gebruik van drugs. 68 Hoe bewuster de afweging om drugs te gebruiken, hoe kleiner de kans dat verslaving zich uiteindelijk voordoet. 69 Door gebruik van drugs uit de illegaliteit te halen, kan effectiever medische zorg geboden worden. 70 Legalisering zal naar verwachting niet leiden tot een substantiële toename in het aantal gebruikers. 71 Om gezondheidschade bij jongeren te voorkomen zijn de Jonge Democraten van mening dat de verkoop van drugs aan jongeren onder de achttien jaar strafbaar moet worden gesteld.

72 Legalisering zorgt ervoor dat de druk op politie en justitie wordt verlicht en dat kosten van repressie worden bespaard. 73 Daarnaast wordt het criminele circuit een prominente geldbron ontzegd en loont het niet meer om criminele activiteiten op het gebied van drugs te ontplooien. 74 Hierdoor zal de samenleving veiliger worden. 75 Door het heffen van belasting op drugs kunnen extra inkomsten gegenereerd worden. 76 Bijkomend voordeel is dat het heffen van accijns een financiële prikkel is die gebruik ontmoedigt.

77 De Jonge Democraten achten internationale afstemming van groot belang om tot een effectief drugsbeleid te komen, om de Nederlandse positie voor het voetlicht te krijgen en om de Nederlandse belangen te waarborgen. 78 Totdat er internationaal overeenstemming is bereikt, wordt er een exportverbod ingevoerd.

79 Het opleggen van een straf heeft meerdere doelen, namelijk beveiliging, preventie, vergelding en normstelling. 80 De rechter heeft de keus om een straf – gevangenisstraf, geldboete of taakstraf – op te leggen en kan daarnaast, of in plaats van een straf ook een maatregel opleggen, zoals tbs of begeleiding door de reclassering. 81 Het opleggen van straffen of maatregelen moet gericht zijn op recidivevoorkoming en minder op vergelding.

82 De Jonge Democraten zijn tegen de invoering van minimumstraffen. 83 In ons rechtssysteem heeft de rechter de vrijheid om de feiten en omstandigheden van het geval mee te wegen in de straftoemeting. 84 Invoering van minimumstraffen perkt deze vrijheid in. 85 Daarnaast tast invoering het fundamentele beginsel van de Trias Politica aan, omdat de wetgevende macht de rechtsprekende macht dan in vergaande mate aan banden legt. 86 Bovendien zal deze maatregel niet bijdragen aan een veiligere samenleving. 87 Ook spreken de Jonge Democraten zich uit tegen een levenslange gevangenisstraf die geen uitzicht biedt tot terugkeer in de maatschappij. 88 Een tussentijdse toetsing door de onafhankelijke rechter na een substantieel aantal jaar moet voorkomen dat levenslang in Nederland het verbod op inhumane behandeling schendt.
89 Gedetineerden moeten wanneer ze in de inrichting verblijven en werken een perspectief hebben. 90 Dit perspectief dient te zijn gevaceerd op een beter leven na uitzitting van de strafmaatregel. 91 De Jonge Democraten pleiten voor een verhoging van het basisuurloon van een werkzame gedetineerde tot een eerlijk uurloon. 92 Hiermee kunnen zij een bescheiden spaarrekening openen om na vrijlating in de eerste levensbehoeften te kunnen voorzien, zonder direct weer in de criminaliteit gedwongen te worden als gevolg van een gebrek aan geld. 93 Een aanvullende eis op dit extra loon is dat het uitsluitend mag worden uitgegeven onder begeleiding van de re-integratiecoach.

94 De toegang tot de rechter is een belangrijk grondrecht. 95 De Jonge Democraten vinden dat iedere burger en ieder bedrijf de kans moet hebben een zaak voor te leggen aan een rechter. 96 Om overbelasting van de rechterlijke macht tegen te gaan, mogen kostendekkende griffierechten in rekening worden gebracht. 97 Echter, een grote bijdrage in de kosten is in de ogen van de Jonge Democraten onacceptabel. 98 Daarom moeten mensen met een laag inkomen in aanmerking blijven komen voor een onvermogende-tarief.

99 Een groot aantal criminelen kampt, in meer of mindere mate, met psychische problemen. 100 De rechter kan bij vonnis of arrest en de Centrale Voorziening voorlopige invrijheidsstelling na het uitzitten van een gedeelte van de straf voorwaarden opleggen waaraan de veroordeelde zich moet houden. 101 Hierbij kan gedacht worden aan een klinische of ambulante behandeling of toezicht van de reclassering.
102 De Jonge Democraten vinden dat er meer geïnvesteerd moet worden in de behandeling van deze mensen. 103 Dit zal positieve effecten hebben op de recidivecijfers en de re-integratie van veroordeelden in de samenleving ten goede komen.

104 TBS wordt opgelegd als iemand onder invloed van een geestelijke stoornis een delict pleegt. 105 De dader wordt in een kliniek behandeld tot hij weer veilig terug kan keren in de samenleving. 106 Indien dit niet mogelijk is, wordt hij verplaatst naar een longstay-afdeling. 107 Naar aanleiding van incidenten wordt het tbs-regime steeds versomberd. 108 Dit komt de behandeling en de behandelduur niet ten goede.
109 Gelet op de recidivecijfers na een tbs-behandeling, in vergelijking met die na een gevangenisstraf moet de tbs worden gezien als een effectieve maatregel. 110 De Jonge Democraten vinden daarom dat er geïnvesteerd moet worden in de tbs-behandeling en dat gekozen moet worden voor een behandelmethode die past bij de veroordeelde. 111 Incidenten moeten geen gevolgen hebben voor de gehele tbs-populatie.

112 Om een tbs-maatregel op te kunnen leggen is persoonlijkheidsonderzoek nodig. 113 Deze verplichting geldt niet voor de andere vormen van forensische zorg, maar is wel van belang om de juiste behandeling op te leggen. 114 Steeds meer verdachten weigeren echter mee te werken aan een onderzoek. 115 Verdachten hebben het recht om dit te weigeren. 116 Het opvragen van de hulpverleningsgeschiedenis gaat in tegen dit recht en maakt bovendien inbreuk op het recht op privacy. 117 De Jonge Democraten vinden daarom dat dit niet moet worden toegestaan. 118 Een ander probleem in het huidige strafproces is dat gedragsdeskundigen geen strafadvies kunnen geven als een verdachte het ten laste gelegde feit ontkent.
119 De Jonge Democraten zien (mede) een oplossing van dit probleem in het verdelen van het strafproces in twee onderdelen. 120 Allereerst vindt er een zittingsfase plaats waarbij door de rechtbank een oordeel wordt gegeven over het gepleegde feit. 121 De rechtbank geeft dan in een tussenvonnis aan of er sprake is van een strafbaar feit en of de verdachte daarvoor kan worden veroordeeld. 122 Tijdens een tweede zittingsfase wordt er aandacht besteed aan de geestelijke gesteldheid van de verdachte. 123 Dit heeft tot voordeel dat de ontkenning van een verdachte in ieder geval geen rol meer speelt bij het persoonlijkheidsonderzoek en de verdachte zich vrijer kan voelen om hieraan mee te werken. 124 De uitkomst van het persoonlijkheidsonderzoek kan daarnaast geen invloed hebben op de bewijsbeslissing.

125 De Jonge Democraten zien de verdere uitbreiding va snelrecht, en de variaties hiervan (zoals supersnelrecht, ZSM-procedures, de AU-procedure, enz.) als een toegevoegde waarde hebbende voor het Nederlandse strafprocesrecht. 126 De stroomlijning van de justitieketen levert zowel tijdswinst als kwaliteitswinst op voor de uiteindelijke rechtspraak, waar alle partijen belang bij hebben. 127 Er moet echter wel gelet worden dat in alle snelrechtzaken de principes van een eerlijk proces gewaarborgd blijven. 128 Daarom zouden de Jonge Democraten graag zien dat alle snelrechtprocedures stevig(er) verankerd worden in het Wetboek van Strafvorderig.

129 Jongeren zoeken de grens op. 130 Dit hoeft in principe geen problemen op te leveren, maar het kan ook overlast veroorzaken of leiden tot crimineel gedrag. 131 De Jonge Democraten vinden het van belang dat hier in een vroeg stadium aandacht aan wordt besteed, zodat voorkomen kan worden dat jongeren (verder) afglijden de criminaliteit in.
132 Jongeren moeten snel gestraft worden. 133 Dit zorgt ervoor dat ze bewust worden van hun foute gedrag. 134 Bij de oplegging van de straf moet er gekeken worden naar de oorzaak van het gedrag. 135 De oorzaak kan dan worden aangepakt. 136 Hier is een belangrijke taak weggelegd voor de ouders. 137 Als dat niet afdoende is, moet er hulp worden geboden door bijvoorbeeld Bureau Jeugdzorg, de Raad voor de Kinderbescherming of de leerplichtambtenaar. 138 Deze hulp moet niet alleen gericht zijn op de jongere, maar ook op het gezin. 139 Daarmee kan voorkomen worden dat jongere gezinsleden ook in de problemen terecht komen. 140 Het is van belang dat er zo snel mogelijk kan worden geholpen. 141 Wachtlijsten moeten dan ook worden ingekort.
142 Jongeren kunnen op civielrechtelijke en op strafrechtelijke titel geplaatst worden in een jeugdinrichting. 143 De Jonge Democraten zijn tegen een gezamenlijke plaatsing, ook als dat tot capaciteitsproblemen leidt. 144 Daar dient een andere oplossing voor gezocht te worden.

145 In de Grondwet staat verankerd dat iedereen recht heeft op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer zolang er geen zwaarder wegende belangen zijn. 146 Om criminaliteit en terrorisme tegen te gaan maken overheden steeds vaker inbreuk op de privacy van burgers. 147 Ook door bedrijven worden persoonlijke gegevens vaker opgeslagen en gebruikt voor doelen die voor burgers meestal onbekend en oncontroleerbaar zijn. 148 De opkomst van nieuwe informatie- en communicatietechnologieën biedt veel mogelijkheden, maar ook gevaren; daarom dient de persoonlijke levenssfeer zeker in de huidige maatschappij goed beschermd te worden.
149 Informatietechnologie en het menselijk gebruik daarvan is inherent kwetsbaar. 150 Zonder dat je het beseft kunnen persoonlijke gegevens op straat belanden. 151 Ook als je niets te verbergen te hebt, wil je niet dat je toekomstige werkgever je medische dossier kent. 152 Bovendien is identiteitsfraude de snelst groeiende vorm van criminaliteit. 153 Omdat het opslaan van gegevens altijd risico’s met zich meebrengt, dient hier volgens de Jonge Democraten terughoudend mee te worden omgesprongen. 154 De vraag is niet of je iets te verbergen hebt, maar waarom anderen het van je willen weten. 155 Daarom vinden de Jonge Democraten dat het belang van privacy zwaar moet wegen.

156 De Jonge Democraten vinden dat het recht op privacy net zo vanzelfsprekend zou moeten zijn als andere rechten die het individu in onze samenleving heeft, zoals godsdienstvrijheid en vrijheid van meningsuiting.
157 Het opslaan van gegevens is niet per definitie een probleem. 158 Wij maken ons echter zorgen over de vanzelfsprekendheid waarmee informatie wordt geregistreerd zonder dat altijd duidelijk is waarom. 159 De inbreuk op de privacy is alleen gerechtvaardigd als de betrokkene toestemming voor registratie heeft gegeven of er een zwaarwegend collectief belang bestaat. 160 Onder (zwaar) collectief belang verstaan we: misdaden die de persoonlijke integriteit ernstig schenden of de samenleving schokken. 161 Dit belang dient altijd in verhouding tot de ernst van de inbreuk te worden gezien.
162 Steeds vaker worden gegevens die met een bepaald doel zijn opgeslagen ook gebruikt voor andere doeleinden. 163 Denk hierbij niet alleen aan opsporing, maar ook aan bijvoorbeeld ongewenste reclame of risicotaxaties voor het bepalen van toegang tot kredieten en verzekeringen. 164 Zonder toestemming van de betrokkene of zwaarwegend collectief belang mag er niet van het oorspronkelijke doel afgeweken worden. 165 Bedrijven en overheden dienen altijd open en eerlijk inzicht te geven in welke gegevens verzameld worden en wat zij met ze met deze gegevens doen.
166 Er moet zeer terughoudend worden omgesprongen met het verzamelen van zogenaamde `bijzondere gegevens’ als etniciteit, religie, politieke voorkeur, gezondheid, stafrechtelijk verleden en seksuele voorkeur. 167 Zonder uitzondering is voor deze registratie toestemming van de betrokkene nodig. 168 Bovendien moet de bescherming van deze gegevens periodiek worden gecontroleerd.
169 Privacy is niet plaatsgebonden. 170 Je gegevens kunnen wereldwijd verzameld en misbruikt worden. 171 Nederland moet zich daarom internationaal sterk maken voor de bescherming van persoonsgegevens.

172 De overheid vormt zelf de grootste bedreiging voor de privacy van de burger, zowel online als offline. 173 De politiek dient daarom opperste waakzaamheid te betrachten bij het behandelen van deze onderwerpen. 174 Van beleidsmakers moet telkens weer geëist worden dat inbreukmakende voorstellen getoetst worden op proportionaliteit, subsidiariteit, effectiviteit en de aanwezigheid van streng toezicht. 175 Elke privacybeperkende maatregel dient voorzien te zijn van een horizonbepaling, waardoor de maatregel automatisch eindigt na een vastgestelde termijn. 176 Hierna worden de effectiviteit van de maatregel en het toezicht erop opnieuw getoetst, voor wordt besloten de maatregel definitief aan te nemen. 177 Eventuele externe effecten worden onderzocht.
178 Op dit moment bestaan er maatregelen waar de Jonge Democraten niet overtuigd zijn van hun wenselijkheid of doelmatigheid. 179 Wij zijn tegen de bewaarplicht van telecomgegevens, tegen het centraal opslaan van ieders vingerafdrukken en tegen het langdurig bewaren van reisgegevens met behulp van de OV-chipkaart.
180 De overheid moet ‘privacy by design’ toepassen bij de ontwikkeling van nieuwe systemen. 181 Er moet dan al in een vroeg stadium worden nagedacht over de noodzaak van registratie, het gebruik en de bescherming van gegevens.

182 Organisaties in de private sector zijn gebonden aan de Wet bescherming persoonsgegevens. 183 Deze wet is toereikend om de privacy van burgers binnen de Nederlandse staatsgrenzen te beschermen. 184 Het College bescherming persoonsgegevens ziet er op toe dat dit ook gebeurt. 185 De Jonge Democraten pleiten ervoor dat het college meer bevoegdheden krijgt, zoals het opleggen van fikse boetes aan overtreders van de wet.
186 De burger moet zelf ook eenvoudiger stappen kunnen ondernemen wanneer zijn privacy geschonden wordt. 187 De Jonge Democraten pleiten voor een meldplicht datalekken. 188 De individuele schade is in geval van een datalek vaak beperkt, maar de collectieve schade kan groot zijn. 189 Benadeelde individuen moeten daarom het recht krijgen om als groep te procederen tegen een bedrijf dat privacywetgeving overtreedt.
190 De bescherming van de privacy in de private sector heeft een sterk internationaal karakter: onze burgers krijgen continu te maken met bedrijven die vanuit andere landen opereren. 191 De Jonge Democraten willen dan ook dat onze regering buitenlandse overheden aanspoort om ook daar privacyschendingen aan banden te leggen. 192 Daarnaast dient Nederland in de Europese Unie een voortrekkersrol te hebben en andere landen van het belang van privacy te overtuigen. 193 Wij streven ernaar om privacywetgeving in de gehele EU zo snel mogelijk te verbeteren en gelijk te trekken.

194 Bedrijfsveiligheid
195 Bedrijven krijgen meer de ruimte om zelf hun interne veiligheid te regelen. 196 Dat past bij een overheid die het ondernemerschap de ruimte geeft. 197 Een grotere eigen verantwoordelijkheid brengt met zich mee dat bedrijven strenger moeten worden aangepakt als zij hun zaakjes niet voor elkaar hebben. 198 In eerste instantie is dit een taak voor de inspectiediensten. 199 Zij moeten meer mogelijkheden krijgen om in te kunnen grijpen als een bedrijf zich niet aan de vergunningen houdt. 200 Is dat echter niet afdoende, dan kan er ook worden gedacht aan de inzet van ingrijpendere strafrechtelijke maatregelen, zoals de sluitingsmogelijkheid die de Wet op de economische delicten biedt of het opleggen van een ontnemingmaatregel.
201 De kosten van de inzet van diensten, zoals de brandweer, kunnen worden verhaald op ondernemingen die herhaaldelijk hun procedures niet op orde blijken te hebben.

202 Waar private ondernemingen steeds grotere muziek- of sportevenementen organiseren, moet de vraag worden gesteld of de overheid de veiligheid van deze evenementen moet blijven faciliteren. 203 De burgemeester blijft verantwoordelijk voor de veiligheid en moet vaststellen welke inzet nodig is om de veiligheid te kunnen garanderen. 204 Een gedeelte van de kosten van die inzet komt dan voor rekening van de organisator. 205 Indien de organisator niet akkoord gaat met de verdeling van de kosten, wordt de vergunning voor het evenement niet verleend of in een andere vorm.

206 De overheid moet meer investeren in crisismanagement. 207 In geval van een crisis neemt de voorzitter van de Veiligheidsregio de leiding. 208 Hij blijft gedurende en na afloop van de crisis het aanspreekpunt en is verantwoordelijk voor de aansturing van de hulpdiensten.
209 Er moet eenduidig gecommuniceerd worden naar de burgers. 210 Hierbij moet de overheid meer inzetten op sociale media en andere moderne communicatiemiddelen om in contact te treden met de bevolking in momenten van ramp of crisis. 211 Hierin is de overheid transparant en duidelijk. 212 Zo wordt voorkomen dat er onnodige paniek ontstaat bij calamiteiten en blijft de burger optimaal op de hoogte, zodat hij effectief (voorzorg-) maatregelen kan treffen.

213 De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD), de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) en de Nationaal Coördinator terrorismebestrijding (NCTb) hebben bijzondere bevoegdheden om in binnen- en buitenland inlichtingen te verzamelen over de gevaren voor de democratische rechtsstaat en andere kernbelangen. 214 Deze speciale bevoegdheden kunnen een zware inbreuk betekenen op de privacy van betrokkenen en moeten dus zeer spaarzaam worden ingezet. 215 Gelukkig worden de diensten door de Algemene Rekenkamer regelmatig doorgelicht op doelmatigheid en door de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) gecontroleerd op rechtmatigheid.
216 De politieke controle vindt plaats via de Tweede Kamercommissie voor Inlichtingen- en veiligheidsdiensten (commissie Stiekem). 217 Uit het verleden (Srebrenica, Irak) is gebleken dat deze commissie vaak onvoldoende is geïnformeerd en op ad hoc basis bij elkaar komt. 218 Politici blijken daarnaast onvoldoende op de hoogte te zijn van de beperkingen van het inlichtingenvak en oefenen vaak druk uit op de diensten om met scherpere conclusies te komen in inlichtingenrapporten. 219 In (politieke) crisissituaties bleken politici en beleidsmakers geneigd om losstaande feiten zelf ter hand te nemen en het werk van inlichtingenanalisten over te nemen vanuit onwetendheid of politieke overwegingen. 220 De Jonge Democraten pleiten ervoor dat er veel meer gereguleerd en geïnstitutionaliseerd contact komt tussen de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten en relevante politici en beleidsmakers. 221 De Jonge Democraten pleiten voor een permanente parlementaire commissie in navolging van Groot-Brittannië en de Verenigde Staten zodat Tweede Kamerleden zich kunnen verdiepen en specialiseren in deze diensten. 222 Zodoende kan er beter beleid worden geformuleerd en scherper controle uit worden geoefend.

223 De Jonge Democraten zien dat mensen helaas worden gedwongen hun land te ontvluchten vanwege omstandigheden als oorlog of onterechte vervolging in het land van herkomst. 224 De Jonge Democraten vinden het belangrijk dat deze mensen bescherming krijgen. 225 Onze samenleving dient verantwoordelijkheid te dragen voor de bescherming van deze mensen. 226 De overheid zou niet alleen verantwoordelijkheid moeten nemen voor haar eigen inwoners, maar ook voor vluchtelingen die niet beschermd worden door hun eigen overheid. 227 Er kunnen twee soorten vluchtelingen worden onderscheiden: vluchtelingen zoals aangemerkt in het VN Vluchtelingenverdrag (1951) en vluchtelingen die, bijvoorbeeld op basis van het Europees recht, als dusdanig worden aangemerkt. 228 Dit onderscheid zou volgens de Jonge Democraten niet van invloed moeten zijn op de opvang en de rechten die zij hebben. 229 Zij dienen op dezelfde bescherming te kunnen rekenen. 230 Om deze bescherming te garanderen dient alle asielwet- en regelgeving op Europees niveau vastgesteld te worden. 231 Op deze manier kan Europa als eenheid optreden om te zorgen voor een uniform humaan asielbeleid, waarbij de financiële lasten en het aantal asielzoekers binnen Europa eerlijk worden verdeeld.

232 De Jonge Democraten stellen een beleid voor waarbij niet alleen gekeken wordt naar de omgang met asielzoekers wanneer zij daadwerkelijk gevlucht zijn, maar ook naar de oorzaak van hun vlucht. 233 Op zowel Europees als internationaal niveau is samenwerking op het gebied van conflictmanagement noodzakelijk om te zorgen voor stabiliteit en vrede in conflictgebieden. 234 De Europese Unie dient hiervoor zoveel mogelijk samen te werken met landen in de regio’s van waaruit mensen vluchten.

235 De meeste vluchtelingen vluchten naar landen in de directe omgeving van het land van herkomst. 236 Niet alleen is dit een logistieke keuze, maar ook de integratiekansen zijn hier groter. 237 Deze landen kunnen de grote stromen vluchtelingen niet altijd aan. 238 De Jonge Democraten vinden dat er dient te worden geïnvesteerd in opvang in deze regio’s. 239 Vluchtelingen verblijven soms jaren in vluchtelingenkampen. 240 Hun veiligheid moet daar worden gegarandeerd. 241 Om verloren generaties te voorkomen is onderwijs voor kinderen in opvangkampen van essentieel belang. 242 Vluchtelingenkampen dienen een plek te zijn waar mensen zichzelf kunnen ontwikkelen en ontplooien, trauma’s verwerkt kunnen worden en toekomstperspectieven ontstaan. 243 Zo vergroten ze hun kansen op een waardige toekomst.

244 De Jonge Democraten vinden dat grensbewaking noodzakelijkheid is in een soevereine Europese Unie. 245 Echter, het mag niet zo zijn dat grensbewaking mensen verhindert om asiel aan te kunnen vragen. 246 Europa moet erop toezien dat er geen misstanden plaatsvinden aan de grens en dat mensenrechten worden nageleefd. 247 Daarnaast is er niet alleen de verantwoordelijkheid om grenzen te bewaken, maar ook de verantwoordelijkheid om mensen aan de Europese grenzen hulp te bieden. 248 Hiertoe is het van belang dat door middel van Frontex Europese reddingsoperaties en patrouilles op zee worden ingericht. 249 Zo wordt voorkomen dat landen de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen op elkaar kunnen afschuiven. 250 Het is van essentieel belang dat er intensief wordt samengewerkt met grensbewaking van landen aan de Europese grenzen. 251 Hierbij kan worden gedacht aan coördinatie, informatie-uitwisseling, en het maken van afspraken omtrent het leiden, beperken en voorkomen van migratiestromen.

252 Vluchtelingen hebben het recht om asiel aan te vragen in Europa, maar tegelijkertijd is er geen legale en veilige manier voor hen om Europa te bereiken. 253 De Jonge Democraten vinden dat de Europese Unie alleen een strikt beleid mag voeren ten aanzien van de bewaking van haar grenzen als er ook een alternatief wordt geboden voor illegale migratie. 254 Vluchtelingen moeten al in het land van herkomst of in de regio hun asielprocedure kunnen doorlopen bij een Europees asielkantoor. 255 Wanneer hun aanvraag wordt toegekend wordt voor hen de reis naar Europa geregeld. 256 Zo wordt voorkomen dat asielzoekers hun leven riskeren in gammele bootjes en kan mensensmokkel worden teruggedrongen.

257 De Jonge Democraten erkennen dat vergaande integratie en harmonisatie binnen de Europese Unie een vereiste is voor een Europees asielbeleid. 258 Ervan uitgaande dat Europa steeds verder integreert vinden de Jonge Democraten dat asielbeleid het beste op Europees niveau geregeld kan worden. 259 Volgens dit beleid vragen asielzoekers Europees asiel aan in plaats van nationaal asiel. 260 Dit kan, naast de Europese asielkantoren gevestigd buiten Europa, ook bij een van de Europese asielloketten gevestigd in de lidstaten. 261 In afwachting van de beoordeling van de aanvraag verblijft de vluchteling in een van de Europese asielzoekerscentra. 262 Dit is niet noodzakelijk het land van binnenkomst. 263 De kwaliteit in alle centra dient uniform te zijn. 264 Asielzoekers hebben in elke lidstaat gedurende en na de procedure dezelfde rechten qua opvang, scholing, ontwikkeling en arbeidsoriëntatie.

265 Na een zo kort mogelijke procedure waarbij onderzoek wordt gedaan naar de omstandigheden van de vluchteling en de situatie in het land van herkomst, volgt er een Europese beslissing. 266 Deze wordt genomen door een op te richten Europees bestuursorgaan: de Europese Asieldienst. 267 Dit orgaan is belast met het uitvoeren van het Europese asielbeleid en valt onder directe verantwoordelijkheid van de Eurocommissaris voor Migratie, die verantwoording aflegt aan het Europees Parlement. 268 Beslissingen van de Europese Asieldienst worden getoetst aan Europese regelgeving door nationale rechters in het land waar de procedure is gevolgd.

269 Bij de toewijzing van een verblijfsvergunning krijgt de asielzoeker een Europees land toegewezen op basis van draagkracht, capaciteit, aantal asielzoekers per inwoner en de integratiekansen. 270 Wanneer een procedure door het gebruik van rechtsmiddelen onverwijld langer heeft geduurd dan gewoonlijk wordt er zoveel mogelijk naar gestreefd om de asielzoeker toe te wijzen aan het land waar de procedure doorlopen is. 271 Hiermee worden de integratiekansen vergroot.
272 In het geval van afwijzing van een asielaanvraag kan een asielzoeker de beslissing aanvechten bij de nationale rechter. 273 De rechter toetst hierbij de beslissing van de Europese Asiel Dienst integraal. 274 Deze beslissing mag worden afgewacht in het land waar ook de 93 procedure is doorlopen. 275 Het beroep schorst de uitzetting en de opheffing van het rechtmatige verblijf. 276 Vervolgens staat hoger beroep bij een nieuw op te richten Europees Hof van Asiel, dat uitsluitend belast is met asielzaken. 277 Dit Hof toetst de beslissing van de Europese Asiel Dienst integraal. 278 Wanneer alle rechtsmiddelen zijn uitgeput en er geen sprake is van een inwilliging van het asielverzoek, dient er in overleg met de vreemdeling te worden gekeken naar een spoedige en redelijke wijze van vertrek.

279 De Jonge Democraten vinden dat ook uitgeprocedeerde asielzoekers recht hebben op minimale voorzieningen als voedsel, zorg en onderdak. 280 Pas wanneer een afgewezen vluchteling niet bereid is mee te werken aan zijn vertrek mag worden overgegaan tot gedwongen uitzetting. 281 Asielzoekers die niet in een lidstaat mogen blijven dient een realistische termijn van zes tot acht weken te worden geboden om te vertrekken. 282 Het is van belang dat de overheid er rekening mee houdt dat het niet altijd de schuld is van de asielzoeker als terugkeer niet mogelijk is. 283 Afspraken met het land van herkomst over ondersteuning van integratie en gefaseerde terugkeer kunnen terugkeer vergemakkelijken. 284 Voor uitgeprocedeerde asielzoekers wordt er gestreefd naar vrijwillige terugkeer. 285 Uitgeprocedeerde asielzoekers die willen terugkeren maar bij wie dit blijvend onmogelijk is hebben na vijf jaren alsnog recht op een verblijfsvergunning, mits zij voldoende hebben meegewerkt aan hun vertrek. 286 Het hangt van de individuele omstandigheden van de asielzoeker af of er alsnog een verblijfsvergunning wordt verleend.

287 Wanneer een vluchteling een verblijfsvergunning heeft ontvangen kan hij of zij binnen een termijn van drie maanden een verzoek tot gezinshereniging indienen. 288 In het geval van gezinshereniging hebben de gezinsleden van een vluchteling, die verblijfsrecht heeft verkregen in Europa op asielgronden, een afgeleid verblijfsrecht. 289 In aanmerking voor gezinshereniging komt de meerderjarige echtgeno(o)t(e) of partner van de vluchteling. 290 Daarnaast komen de minderjarige kinderen van de vluchteling en/of zijn echtgeno(o)t(e) of partner in aanmerking voor gezinshereniging, zowel als meerderjarige kinderen indien is aangetoond dat zij afhankelijk zijn van hun ouders. 291 Het is aan de vluchteling om aan te tonen wie tot zijn of haar gezin behoren. 292 De gezinsleden van de aanvrager zullen de behandeling van de aanvraag afwachten in het land van herkomst of in het land waar zij ten tijde van de aanvraag verblijven. 293 Wanneer blijkt dat de aanvraag tot gezinshereniging voldoet aan de eerder besproken eisen zullen de gezinsleden zonder verdere beperkingen in staat zijn om naar Europa te reizen. 294 Eenmaal aangekomen in Europa kunnen zij zich bij hun gezinsleden voegen en zullen zij allen dezelfde rechten hebben.

» Ga terug naar de politieke site